De afkorting maanden kom je vaker tegen dan je misschien denkt. In agenda’s, schema’s, tabellen, schoolopdrachten en datums worden maanden regelmatig kort geschreven. Voor kinderen kan dat best verwarrend zijn, vooral als ze nog leren hoe je datums netjes opschrijft.
Als ouder wil je natuurlijk snel kunnen uitleggen wat goed is. Schrijf je bijvoorbeeld jan. met een punt? Moet september met een hoofdletter? En wanneer gebruik je eigenlijk een afkorting in plaats van de hele maandnaam?
In dit artikel lees je duidelijk hoe de afkorting van maanden werkt. Ook zie je hoe je kind dit thuis op een rustige en praktische manier kan oefenen.

Wat is de juiste afkorting van maanden?
Een maandafkorting is een korte vorm van een maandnaam. In plaats van januari schrijf je bijvoorbeeld jan. En in plaats van oktober schrijf je okt. Dat is handig als er weinig ruimte is, zoals in een agenda, kalender of tabel.
In het Nederlands worden maanden normaal gesproken met een kleine letter geschreven. Dat geldt ook voor de afkorting van maanden. Alleen aan het begin van een zin gebruik je natuurlijk een hoofdletter.
Voor kinderen is dit een handig taalonderdeel om te oefenen. Ze leren niet alleen de maanden van het jaar herkennen, maar ook hoe je woorden netjes afkort en hoe je datums correct opschrijft.
Overzicht van alle maanden en hun afkortingen
Hieronder zie je de afkorting van alle maanden van het jaar. Dit overzicht kun je samen met je kind gebruiken bij spelling, taalopdrachten, kalenderopdrachten of het schrijven van datums.
Afkortingen van januari tot en met december
| Maand | Afkorting |
| januari | jan. |
| februari | feb. |
| maart | mrt. |
| april | apr. |
| mei | mei |
| juni | juni |
| juli | juli |
| augustus | aug. |
| september | sep. of sept. |
| oktober | okt. |
| november | nov. |
| december | dec. |
Bij mei, juni en juli wordt de maand meestal voluit geschreven. Deze maandnamen zijn al kort, waardoor afkorten niet echt nodig is.
Bij september zie je soms twee vormen: sep. en sept. Beide komen voor. Voor kinderen is het vaak het duidelijkst om één vaste vorm te kiezen en die consequent te gebruiken, bijvoorbeeld sep.

Schrijf je maandafkortingen met een punt?
Bij de meeste maandafkortingen schrijf je een punt. Dat komt doordat de maandnaam is afgekort. Je laat dus een deel van het woord weg en laat met een punt zien dat het om een afkorting gaat.
Voorbeelden zijn:
- jan.
- feb.
- mrt.
- apr.
- aug.
- okt.
- nov.
- dec.
Bij mei, juni en juli gebruik je meestal geen punt, omdat je de maandnaam niet afkort. Je schrijft de naam gewoon helemaal uit. Daarom is 5 mei duidelijker dan 5 mei.
Voor kinderen is de regel eenvoudig te onthouden: kort je de maand echt af, dan komt er meestal een punt achter.
Schrijf je maanden met een hoofdletter?
In het Nederlands schrijf je maanden met een kleine letter. Dat geldt voor januari, februari en maart, maar ook voor de afkortingen jan., feb. en mrt.
Je schrijft dus:
- 4 jan.
- 12 mrt.
- 25 dec.
Je schrijft niet standaard:
- 4 Jan.
- 12 Mrt.
- 25 Dec.
Alleen aan het begin van een zin gebruik je een hoofdletter. Bijvoorbeeld: “Januari is de eerste maand van het jaar.”
Sommige kinderen raken in de war doordat maanden in het Engels wél met een hoofdletter worden geschreven. In het Nederlands is dat anders. Het is daarom handig om je kind dit verschil rustig uit te leggen.
Wanneer gebruik je de afkorting van een maand?
Een afkorting van een maand gebruik je vooral als de tekst kort en overzichtelijk moet blijven. Denk aan een agenda, kalender, planning, tabel of kort briefje.
Bijvoorbeeld:
- toets op 8 jan.
- vakantie vanaf 22 apr.
- spreekbeurt op 14 nov.
In gewone zinnen is het vaak mooier en duidelijker om de maand voluit te schrijven. Zeker bij schoolwerk kan dat helpen om de tekst rustiger en netter te maken.
Je kind kan dus leren: in een schema of datum mag een afkorting handig zijn, maar in een gewone zin is de hele maandnaam vaak beter.
Voorbeelden van datums met maandafkortingen
Kinderen leren maandafkortingen beter begrijpen als ze deze in echte datums zien. Alleen losse afkortingen uit het hoofd leren is vaak minder effectief. Door te oefenen met voorbeelden, zien ze meteen waarvoor de afkortingen worden gebruikt.
Voorbeelden van datums met maandafkortingen zijn:
- 3 jan.
- 17 feb.
- 12 mrt.
- 9 apr.
- 21 aug.
- 6 okt.
- 30 nov.
- 25 dec.
Je kunt je kind ook laten oefenen met datums uit het dagelijks leven. Denk aan verjaardagen, vakanties, sportdagen of schoolactiviteiten. Zo wordt het onderwerp herkenbaar en praktisch.
Let wel op dat kinderen de maand ook voluit blijven herkennen. Een kind moet dus weten dat jan. bij januari hoort en dat okt. bij oktober hoort.
Veelgemaakte fouten bij de afkorting van maanden
Bij maandafkortingen maken kinderen vaak kleine foutjes. Dat is heel normaal, want ze moeten tegelijk letten op spelling, hoofdletters, punten en de juiste maandnaam.
Veelvoorkomende fouten zijn:
- een hoofdletter gebruiken terwijl dat niet nodig is
- de punt vergeten bij een echte afkorting
- de Engelse schrijfwijze gebruiken
- september steeds anders afkorten
- mei, juni of juli onnodig afkorten
Het helpt om niet alles tegelijk te willen verbeteren. Kijk eerst of je kind de maanden herkent. Daarna kun je stap voor stap oefenen met de juiste afkorting, het puntgebruik en de hoofdletters.
Nederlands en Engels niet door elkaar halen
In het Engels worden maanden met een hoofdletter geschreven, zoals January en March. In het Nederlands doen we dat niet. Dat verschil kan voor kinderen verwarrend zijn, vooral als ze ook al wat Engelse woorden tegenkomen.
Leg daarom rustig uit dat elke taal eigen regels heeft. Voor Nederlandse maandnamen en maandafkortingen gebruik je meestal kleine letters.

Maanden en afkortingen oefenen met je kind
Je hoeft maandafkortingen niet lang achter elkaar te oefenen. Korte, herhaalde oefenmomenten werken vaak beter. Vijf tot tien minuten oefenen is meestal genoeg.
Je kunt bijvoorbeeld samen een kalender bekijken. Laat je kind de maandnaam aanwijzen en daarna de afkorting opschrijven. Daarna kun je een paar datums noemen die je kind kort noteert.
Ook kun je kaartjes maken. Op het ene kaartje staat januari en op het andere kaartje jan. Je kind koppelt dan de maand aan de juiste afkorting. Dit maakt oefenen overzichtelijk en speels.
Voor kinderen die snel twijfelen, helpt een vast overzicht. Hang bijvoorbeeld een klein lijstje met maandafkortingen bij de werkplek. Zo kan je kind rustig terugkijken totdat de afkortingen vanzelf blijven hangen.
Gratis werkbladen voor maanden, datums en afkortingen
Gratis werkbladen zijn een fijne manier om thuis laagdrempelig te oefenen. Je kind kan dan in alle rust werken aan maandnamen, datums, afkortingen en eenvoudige kalenderopdrachten.
Voor oefenboeken.nl sluiten zulke werkbladen goed aan bij taal, spelling en praktische schoolvaardigheden. Kinderen oefenen niet alleen met losse woorden, maar ook met het herkennen en gebruiken van informatie in een opdracht.
Denk aan oefeningen waarbij je kind:
- maandnamen koppelt aan afkortingen
- datums kort opschrijft
- fouten in maandafkortingen verbetert
- maanden in de juiste volgorde zet
- een kalender leest en begrijpt
Dit soort oefeningen helpt vooral als je kind de regels wel begrijpt, maar nog wat herhaling nodig heeft. Door regelmatig kort te oefenen, groeit het vertrouwen.
Download nu onze Gratis werkbladen taal & spelling
Meer dan 100.000 ouders oefenen al met ons materiaal en zagen hun kind groeien in zekerheid, tempo en resultaat. Vul hieronder je gegevens in en ontvang de oefenbladen direct als PDF in je mailbox.
Extra oefenen met taal en spelling in oefenboeken
Soms heeft een kind meer nodig dan een losse oefening. Dan kan een oefenboek helpen om taal en spelling stap voor stap te herhalen. Dat geeft structuur en maakt het makkelijker om thuis gericht te oefenen.
In oefenboeken komen vaak verschillende taalvaardigheden samen. Een kind oefent bijvoorbeeld met spelling, woordenschat, zinnen, begrijpend lezen en het goed lezen van opdrachten. Maandafkortingen passen daar mooi bij, omdat ze kinderen leren om nauwkeurig te kijken naar woorden en notaties.
Voor ouders is een oefenboek vooral handig omdat je niet steeds zelf opdrachten hoeft te bedenken. Je kind kan zelfstandig aan de slag, terwijl jij makkelijk kunt meekijken waar nog wat extra hulp nodig is.
De oefenboeken van oefenboeken.nl zijn bedoeld om thuis rustig te oefenen op een manier die aansluit bij wat kinderen op de basisschool tegenkomen. Zo wordt oefenen overzichtelijker en krijgt je kind meer vertrouwen in taal en spelling.
Afkortingen, datums en schooltoetsen
Maandafkortingen zijn geen groot los toetsonderdeel. Toch kunnen kinderen datums, kalenders, schema’s en korte notaties wel tegenkomen in taalopdrachten, begrijpend lezen of rekensituaties.
Bij toetsen zoals Leerling in Beeld, Cito en IEP gaat het vaak om goed lezen, nauwkeurig kijken en begrijpen wat er gevraagd wordt. Als een kind gewend is aan datums en afkortingen, kan dat helpen om opdrachten rustiger aan te pakken.
Gratis werkbladen en oefenboeken kunnen hierbij ondersteunen. Niet omdat maandafkortingen op zichzelf heel zwaar wegen, maar omdat kinderen oefenen met basisvaardigheden die in veel schoolopdrachten terugkomen: lezen, begrijpen, netjes noteren en controleren.
Zo bouw je stap voor stap aan meer zekerheid. En juist dat helpt kinderen om met meer vertrouwen aan schoolwerk en toetsen te beginnen.