Veel ouders zoeken op wat is het voltooid deelwoord wanneer hun kind thuis met taal of spelling oefent. Dat is heel begrijpelijk, want werkwoordspelling kan best verwarrend zijn. Kinderen moeten niet alleen weten wat een werkwoord is, maar ook herkennen welke vorm in een zin wordt gebruikt.
Het voltooid deelwoord komt vaak terug in zinnen met woorden als heb, ben, is, zijn of wordt. Denk aan zinnen zoals: Ik heb gewerkt of Wij zijn gelopen. Voor kinderen op de basisschool is het belangrijk dat ze deze vorm leren herkennen en correct leren schrijven.
In dit artikel leggen we rustig uit wat een voltooid deelwoord is, hoe je kind het kan herkennen en waar je op moet letten bij de spelling. Ook lees je hoe je thuis op een eenvoudige manier kunt oefenen met gratis werkbladen en oefenboeken.

Wat is het voltooid deelwoord?
Een voltooid deelwoord is een vorm van een werkwoord die laat zien dat iets al is gebeurd of afgerond is. Het staat vaak samen met een hulpwerkwoord, zoals hebben, zijn of worden.
Bijvoorbeeld:
| Zin | Voltooid deelwoord |
| Ik heb gewerkt. | gewerkt |
| Zij is gevallen. | gevallen |
| De deur wordt gesloten. | gesloten |
In de zin Ik heb gewerkt is gewerkt het voltooid deelwoord. Het geeft aan dat het werken al gebeurd is. Het hulpwerkwoord heb helpt om de zin compleet te maken.
Voor kinderen is het handig om te weten dat een voltooid deelwoord vaak iets zegt over een actie die klaar is. Daardoor kunnen ze de vorm beter herkennen in een zin.
Hoe herken je een voltooid deelwoord?
Een voltooid deelwoord herkennen wordt makkelijker als je kind op een paar vaste dingen leert letten. Niet elk voltooid deelwoord ziet er precies hetzelfde uit, maar er zijn wel duidelijke aanwijzingen.
Vaak begint een voltooid deelwoord met ge en eindigt het op d, t of en. Toch zijn er ook uitzonderingen. Daarom is het belangrijk om niet alleen naar het woord zelf te kijken, maar ook naar de hele zin.
Let op woorden zoals ge, be, ver, ont en her
Veel voltooid deelwoorden beginnen met ge. Denk aan gemaakt, geleerd, gepakt en gelopen. Dit is vaak een eerste aanwijzing voor kinderen.
Maar niet elk voltooid deelwoord begint met ge. Werkwoorden die al beginnen met be, ver, ont of her krijgen meestal geen extra ge ervoor. Denk aan betaald, verhuisd, ontdekt en herkend.
Voor kinderen is dit soms lastig, omdat ze verwachten dat elk voltooid deelwoord met ge begint. Daarom helpt het om meerdere voorbeelden naast elkaar te zien.
| Werkwoord | Voltooid deelwoord |
| maken | gemaakt |
| leren | geleerd |
| betalen | betaald |
| verhuizen | verhuisd |
| ontdekken | ontdekt |
| herkennen | herkend |
Kijk naar de eindiging d, t of en
Een voltooid deelwoord eindigt vaak op d, t of en. Bij zwakke werkwoorden zie je meestal een d of t aan het einde. Bij sterke werkwoorden zie je vaak en.
Bijvoorbeeld:
| Werkwoord | Voltooid deelwoord |
| werken | gewerkt |
| leren | geleerd |
| lopen | gelopen |
| schrijven | geschreven |
| helpen | geholpen |
Dit verschil is belangrijk bij werkwoordspelling. Kinderen moeten leren wanneer ze een voltooid deelwoord met d, t of en schrijven.
Zoek het hulpwerkwoord in de zin
Een voltooid deelwoord staat vaak samen met een hulpwerkwoord. Veelgebruikte hulpwerkwoorden zijn hebben, zijn en worden.
Bijvoorbeeld:
| Zin | Hulpwerkwoord | Voltooid deelwoord |
| Ik heb mijn tas gepakt. | heb | gepakt |
| Wij zijn naar huis gegaan. | zijn | gegaan |
| De brief wordt geschreven. | wordt | geschreven |
Als je kind een zin leest, kan het dus eerst zoeken naar een hulpwerkwoord. Daarna kijkt het welk werkwoord daarbij hoort. Dat werkwoord is vaak het voltooid deelwoord.

Voorbeelden van voltooid deelwoorden
Voorbeelden maken het voltooid deelwoord veel duidelijker. Zeker voor basisschoolkinderen is het belangrijk dat de zinnen herkenbaar en niet te moeilijk zijn.
Hieronder staan een paar eenvoudige voorbeelden:
| Zin | Voltooid deelwoord |
| Ik heb mijn huiswerk gemaakt. | gemaakt |
| Zij heeft een boek gelezen. | gelezen |
| Wij zijn naar school gefietst. | gefietst |
| Hij heeft goed geluisterd. | geluisterd |
| De bal is gevallen. | gevallen |
| Mama heeft eten gekookt. | gekookt |
| Mijn broer heeft hard gelopen. | gelopen |
Je ziet dat het voltooid deelwoord vaak achter in de zin staat. Dat is niet altijd zo, maar het helpt kinderen wel om eerst daar te kijken.
Een goede oefening is om je kind in een zin eerst het hulpwerkwoord te laten zoeken. Daarna kan je kind kijken welk werkwoord daarbij hoort.
Wanneer eindigt een voltooid deelwoord op d, t of en?
Veel kinderen vinden vooral de spelling van het voltooid deelwoord lastig. Ze horen aan het einde van een woord vaak dezelfde klank, maar moeten toch kiezen tussen d en t.
Bijvoorbeeld: je hoort bij geleerd bijna hetzelfde eindgeluid als bij gewerkt. Toch schrijf je het ene woord met een d en het andere met een t. Dat komt door de regels van werkwoordspelling.
Zwakke werkwoorden en de d of t
Bij zwakke werkwoorden verandert de klinker meestal niet. Het voltooid deelwoord eindigt dan vaak op d of t.
Bijvoorbeeld:
| Werkwoord | Voltooid deelwoord |
| werken | gewerkt |
| maken | gemaakt |
| leren | geleerd |
| spelen | gespeeld |
| fietsen | gefietst |
Kinderen kunnen hierbij leren om naar de stam van het werkwoord te kijken. Dat helpt om te bepalen of het voltooid deelwoord op d of t eindigt.
Sterke werkwoorden en de en vorm
Bij sterke werkwoorden verandert de klinker vaak. Het voltooid deelwoord eindigt dan meestal op en.
Bijvoorbeeld:
| Werkwoord | Voltooid deelwoord |
| lopen | gelopen |
| schrijven | geschreven |
| lezen | gelezen |
| zien | gezien |
| helpen | geholpen |
| spreken | gesproken |
Voor kinderen is het goed om te weten dat sterke werkwoorden vaak niet volgens de gewone d of t regel gaan. Deze vormen moeten ze vooral herkennen en veel tegenkomen.
De ex kofschipregel bij het voltooid deelwoord
De ex kofschipregel helpt kinderen bepalen of een voltooid deelwoord op d of t eindigt. Deze regel wordt vooral belangrijk bij zwakke werkwoorden.
De basis is eenvoudig: je kijkt naar de laatste letter van de stam van het werkwoord. Zit die letter in ex kofschip, dan eindigt het voltooid deelwoord meestal op t. Zit die letter er niet in, dan eindigt het voltooid deelwoord meestal op d.
Bijvoorbeeld:
| Werkwoord | Stam | Voltooid deelwoord |
| werken | werk | gewerkt |
| maken | maak | gemaakt |
| leren | leer | geleerd |
| spelen | speel | gespeeld |
Bij werken eindigt de stam op k. De k zit in ex kofschip, dus schrijf je gewerkt met een t. Bij leren eindigt de stam op r. De r zit niet in ex kofschip, dus schrijf je geleerd met een d.
Voor kinderen kan deze regel in het begin veel stappen hebben. Daarom is het verstandig om rustig te oefenen met korte rijtjes en duidelijke voorbeeldzinnen.
Hebben, zijn of worden bij het voltooid deelwoord
Een voltooid deelwoord staat vaak samen met een hulpwerkwoord. De meest voorkomende hulpwerkwoorden zijn hebben, zijn en worden.
| Hulpwerkwoord | Voorbeeld |
| hebben | Ik heb gewerkt. |
| zijn | Wij zijn gekomen. |
| worden | De deur wordt gesloten. |
Bij hebben en zijn gaat het vaak om iets dat al is gebeurd. Bij worden gaat het vaak om iets dat gebeurt met het onderwerp van de zin.
Voor basisschoolkinderen hoeft deze uitleg niet te ingewikkeld te worden. Het belangrijkste is dat ze leren zien dat het voltooid deelwoord vaak samen met zo’n hulpwerkwoord in de zin staat.
Voltooid deelwoord op de basisschool
Op de basisschool komt het voltooid deelwoord meestal terug bij taal en spelling. Kinderen leren eerst werkwoorden herkennen en later ook verschillende werkwoordsvormen correct schrijven.
Het onderwerp wordt stap voor stap opgebouwd. Eerst gaat het vaak om herkennen, daarna om goed spellen en toepassen in zinnen. Vooral in de bovenbouw wordt werkwoordspelling steeds belangrijker.
Voltooid deelwoord in groep 6
In groep 6 maken veel kinderen kennis met verschillende werkwoordsvormen. Ze leren bijvoorbeeld dat een werkwoord in een zin meerdere vormen kan hebben.
Het voltooid deelwoord wordt vaak nog eenvoudig aangeboden. Kinderen oefenen met herkennen en met voorbeelden zoals gemaakt, gewerkt en geleerd.
Voltooid deelwoord in groep 7 en 8
In groep 7 en 8 wordt de uitleg meestal uitgebreider. Kinderen moeten dan vaker zelf bepalen of een voltooid deelwoord op d, t of en eindigt.
Ook wordt de ex kofschipregel belangrijker. Kinderen leren deze regel toepassen bij dictees, taalopdrachten en werkwoordspelling. Regelmatig kort oefenen helpt om deze stappen beter te automatiseren.

Veelgemaakte fouten bij het voltooid deelwoord
Het is heel normaal dat kinderen fouten maken met het voltooid deelwoord. Werkwoordspelling vraagt namelijk om meerdere stappen tegelijk: herkennen, nadenken over de stam en de juiste uitgang kiezen.
Veel fouten ontstaan doordat kinderen vooral op hun gehoor afgaan. Dat is logisch, want geleerd en gewerkt klinken aan het einde bijna hetzelfde. Toch schrijf je ze anders.
| Veelgemaakte fout | Voorbeeld | Goede vorm |
| Verleden tijd en voltooid deelwoord door elkaar halen | hij heeft werkte | hij heeft gewerkt |
| Twijfelen tussen d en t | geleert | geleerd |
| Sterke werkwoorden verkeerd schrijven | geloopt | gelopen |
| Hulpwerkwoord niet herkennen | ik mijn boek gepakt | ik heb mijn boek gepakt |
Als ouder hoef je niet alles in één keer uit te leggen. Het helpt vaak meer om één soort fout tegelijk te oefenen. Zo blijft het overzichtelijk en raakt je kind minder snel gefrustreerd.
Hoe kan je kind oefenen met het voltooid deelwoord?
Je kind kan het voltooid deelwoord op verschillende manieren oefenen. Begin bij herkennen en ga daarna pas naar zelf invullen en schrijven. Zo bouw je de moeilijkheid rustig op.
Een eenvoudige oefenopbouw is:
- Laat je kind het hulpwerkwoord zoeken.
- Laat je kind het voltooid deelwoord aanwijzen.
- Bespreek of het woord eindigt op d, t of en.
- Laat je kind zelf een zin maken met het voltooid deelwoord.
Korte oefeningen werken vaak beter dan lange oefensessies. Tien minuten gericht oefenen kan al genoeg zijn, zeker als je kind daarna merkt dat het de zinnen beter begrijpt.
Op oefenboeken.nl kunnen ouders gratis werkbladen gebruiken om thuis extra te oefenen met taal, spelling en werkwoordspelling. Dit is handig als je eerst rustig wilt ontdekken wat je kind al kan en waar nog herhaling nodig is.
Download nu onze Gratis werkbladen taal & spelling
Meer dan 100.000 ouders oefenen al met ons materiaal en zagen hun kind groeien in zekerheid, tempo en resultaat. Vul hieronder je gegevens in en ontvang de oefenbladen direct als PDF in je mailbox.
Extra oefenen met taal en spelling
Sommige kinderen hebben meer herhaling nodig voordat werkwoordspelling vanzelf gaat. Dat is niet erg. Het voltooid deelwoord is een onderwerp waarbij veel kinderen pas zekerder worden door het vaak in verschillende zinnen te zien.
Oefenboeken kunnen helpen wanneer je thuis gestructureerd wilt oefenen. Ze geven duidelijkheid, vaste opbouw en afwisseling in opdrachten. Dat maakt het voor ouders makkelijker om gericht te oefenen zonder zelf steeds nieuw materiaal te hoeven bedenken.
Voor kinderen is die structuur prettig. Ze weten wat er van hen verwacht wordt en krijgen stap voor stap meer grip op taal en spelling. Vooral bij onderwerpen zoals werkwoorden, zinsdelen en spellingregels kan herhaling veel rust geven.
Voltooid deelwoord en voorbereiding op taaltoetsen
Het voltooid deelwoord kan onderdeel zijn van bredere taal en spellingvaardigheden die op school worden geoefend en getoetst. Denk aan werkwoordspelling, grammatica en het herkennen van woordsoorten in zinnen.
Bij toetsen zoals Leerling in Beeld, Cito en IEP gaat het meestal niet alleen om één losse regel. Kinderen moeten taalregels kunnen toepassen in verschillende opdrachten. Daarom is het belangrijk dat ze niet alleen de uitleg kennen, maar ook genoeg oefenen met zinnen.
Gratis werkbladen kunnen helpen om gericht te oefenen met een specifiek onderdeel, zoals het herkennen van het voltooid deelwoord. Oefenboeken zijn vooral handig als je kind meer structuur en herhaling nodig heeft richting taaltoetsen. Zo kan je kind met meer vertrouwen oefenen, zonder dat het meteen voelt als een grote toetsvoorbereiding.
Verzeker je kind van meer vertrouwen met onze oefenboeken
Thuis oefenen hoeft niet ingewikkeld te zijn. Met duidelijke uitleg, korte opdrachten en regelmatige herhaling krijgt je kind stap voor stap meer grip op taal en spelling.
De oefenboeken van oefenboeken.nl zijn bedoeld voor ouders die hun kind op een rustige en gestructureerde manier willen ondersteunen. Ze sluiten aan bij wat kinderen op de basisschool leren en helpen bij het oefenen van belangrijke vaardigheden zoals spelling, grammatica en begrijpend lezen.
Merk je dat je kind vaak twijfelt bij werkwoorden of onzeker wordt van taalopdrachten? Dan kan extra oefening helpen om de basis sterker te maken. Zo groeit niet alleen de kennis, maar ook het zelfvertrouwen in de klas.