Veel ouders zoeken naar hulp bij onvoltooid deelwoord oefenen, omdat dit onderwerp voor kinderen best verwarrend kan zijn. Dat is niet vreemd. Begrippen als onvoltooid deelwoord, tegenwoordig deelwoord en voltooid deelwoord lijken veel op elkaar, maar betekenen niet hetzelfde.
Voor kinderen in de bovenbouw is het belangrijk dat ze werkwoordsvormen leren herkennen en gebruiken. Niet alleen voor grammatica, maar ook voor beter zinsbegrip en taalopdrachten. Als je kind snapt wat een onvoltooid deelwoord is, wordt het makkelijker om zinnen goed te bekijken en woorden op de juiste manier te gebruiken.
In dit artikel lees je wat een onvoltooid deelwoord is, hoe je kind het kan herkennen en hoe je er thuis rustig mee kunt oefenen. Ook leggen we uit hoe gratis werkbladen en oefenboeken kunnen helpen bij extra herhaling.

Wat is een onvoltooid deelwoord?
Een onvoltooid deelwoord is een vorm van een werkwoord. Het geeft vaak aan dat iets bezig is of tegelijk met iets anders gebeurt. Je kunt het zien als een werkwoordsvorm die beschrijft hoe iemand iets doet.
Voorbeelden zijn: lachend, lopend, zingend en denkend. In de zin “Lachend liep hij naar buiten” vertelt het woord lachend hoe hij naar buiten liep. Het lachen gebeurt op hetzelfde moment als het lopen.
Het onvoltooid deelwoord wordt ook vaak tegenwoordig deelwoord genoemd. Voor ouders is het vooral belangrijk om te weten dat deze termen in veel uitleg dicht bij elkaar liggen. Op de basisschool draait het meestal om herkennen, begrijpen en toepassen in eenvoudige zinnen.
Een kind hoeft dus niet meteen alle moeilijke grammaticale termen perfect te kennen. Het helpt vooral als je kind ziet dat het woord vaak eindigt op d en iets zegt over een handeling die nog bezig is.
Hoe herken je een onvoltooid deelwoord?
Je herkent een onvoltooid deelwoord vaak aan de vorm: het hele werkwoord plus d. Van lopen maak je lopend. Van lachen maak je lachend. Van zingen maak je zingend.
Het woord vertelt meestal hoe iemand iets doet. In de zin “Zingend fietste het meisje naar school” zegt zingend iets over de manier waarop het meisje fietste. Ze fietste en zong tegelijk.
Een handige vraag die je kind kan stellen is: gebeurt dit op hetzelfde moment als de andere handeling? Als het antwoord ja is, kan het om een onvoltooid deelwoord gaan.
Voorbeelden van onvoltooide deelwoorden
Een paar eenvoudige voorbeelden maken dit duidelijker:
Lachend kwam hij de klas binnen.
Rennend ging ze naar het plein.
Fluitend liep opa door de tuin.
Lezend zat mijn broer op de bank.
Denkend keek zij naar de som.
In deze zinnen beschrijft het onvoltooid deelwoord steeds wat iemand doet terwijl er ook iets anders gebeurt. Dat maakt het voor kinderen vaak makkelijker om het woord te herkennen.

Hoe maak je een onvoltooid deelwoord?
Een onvoltooid deelwoord maken is meestal niet zo moeilijk. Je begint met het hele werkwoord en zet daar een d achter. Zo wordt lopen bijvoorbeeld lopend en spelen wordt spelend.
Je kunt dit stap voor stap oefenen. Laat je kind eerst het werkwoord vinden, bijvoorbeeld fietsen. Daarna maakt je kind er fietsend van. Vervolgens kan je kind er een zin mee maken, zoals: “Fietsend ging hij naar school.”
Het helpt om hardop te oefenen. Kinderen horen dan vaak beter of de zin logisch klinkt. Ook ontdekken ze sneller dat het onvoltooid deelwoord vaak iets zegt over de manier waarop iets gebeurt.
Bij sommige kinderen werkt het goed om steeds hetzelfde stappenplan te gebruiken: zoek het werkwoord, maak de vorm met d, zet het woord in een zin en controleer of twee dingen tegelijk gebeuren.
Het verschil tussen onvoltooid deelwoord en voltooid deelwoord
Veel kinderen halen het onvoltooid deelwoord en het voltooid deelwoord door elkaar. Dat is begrijpelijk, want beide woorden hebben met werkwoorden te maken. Toch is het verschil goed uit te leggen met eenvoudige voorbeelden.
Een onvoltooid deelwoord geeft vaak aan dat iets nog bezig is. Denk aan lachend, lopend of zingend. Een voltooid deelwoord geeft meestal aan dat iets al gebeurd of klaar is. Denk aan gelachen, gelopen of gezongen.
Vergelijk deze zinnen:
Lachend liep hij naar huis.
Hij heeft hard gelachen.
In de eerste zin gebeurt het lachen tegelijk met het lopen. In de tweede zin is het lachen al gebeurd. Door dit verschil met voorbeelden te laten zien, wordt de uitleg vaak veel duidelijker voor kinderen.
Veelgemaakte fouten bij het onvoltooid deelwoord
Een veelgemaakte fout is dat kinderen het onvoltooid deelwoord verwarren met het voltooid deelwoord. Ze zien dat beide vormen van een werkwoord zijn en raken dan kwijt welke vorm bij welke betekenis hoort. Daarom is het belangrijk om steeds te oefenen met voorbeeldzinnen.
Ook verwarren kinderen het onvoltooid deelwoord soms met de persoonsvorm. In de zin “Lachend loopt hij weg” is loopt de persoonsvorm en lachend het onvoltooid deelwoord. Dat verschil kan lastig zijn, vooral als een zin wat langer is.
Een andere fout is dat kinderen alleen naar de uitgang kijken. Ze zien een woord dat eindigt op d en denken meteen dat het een onvoltooid deelwoord is. Maar het blijft belangrijk om naar de hele zin te kijken en te controleren wat het woord doet.
Als ouder kun je helpen door rustig te vragen: welk woord is het werkwoord? Wat gebeurt er in de zin? Gebeurt dit tegelijk met iets anders? Zo leert je kind stap voor stap beter kijken.
Onvoltooid deelwoord oefenen in groep 7 en groep 8
Het onvoltooid deelwoord komt vooral terug in de bovenbouw van de basisschool. In groep 7 en groep 8 oefenen kinderen vaker met grammatica, werkwoordsvormen en zinsbegrip. Ze leren niet alleen woorden herkennen, maar ook begrijpen welke functie woorden in een zin hebben.
Voor sommige kinderen gaat dit vanzelf. Andere kinderen hebben meer herhaling nodig, vooral als ze grammaticale begrippen snel door elkaar halen. Dat is helemaal niet vreemd. Taalregels worden vaak pas duidelijk als een kind ze meerdere keren in verschillende zinnen ziet.
Thuis oefenen hoeft niet lang te duren. Een paar korte zinnen per dag kunnen al helpen. Het doel is vooral dat je kind rustig leert kijken naar werkwoorden en begrijpt waarom een woord een onvoltooid deelwoord is.
Voor ouders is het handig om niet te veel begrippen tegelijk aan te bieden. Begin met herkennen, ga daarna naar zelf maken en oefen pas daarna met moeilijkere zinnen.

Thuis oefenen met werkbladen en korte opdrachten
Thuis oefenen met het onvoltooid deelwoord werkt het best als de opdrachten kort en overzichtelijk zijn. Kinderen leren vaak veel van herhaling, maar lange oefensessies zorgen soms juist voor frustratie. Kies daarom liever voor kleine opdrachten die duidelijk zijn.
Je kunt je kind bijvoorbeeld onvoltooide deelwoorden laten onderstrepen in zinnen. Daarna kun je samen bespreken waarom het woord een onvoltooid deelwoord is. Ook kun je je kind het juiste woord laten invullen of zelf een zin laten maken met woorden als lopend, lachend of denkend.
Gratis werkbladen kunnen hierbij een fijne ondersteuning zijn. Ze geven structuur en zorgen ervoor dat je niet zelf steeds nieuwe zinnen hoeft te bedenken. Voor kinderen is het prettig als ze rustig kunnen oefenen en direct zien wat er van hen wordt gevraagd.
Op oefenboeken.nl passen gratis werkbladen goed bij dit soort taalonderwerpen. Ouders kunnen ze gebruiken om thuis laagdrempelig te oefenen met herkennen, invullen en toepassen. Zo krijgt je kind extra herhaling zonder dat het meteen zwaar of schools hoeft te voelen.
Oefenen met herkennen, invullen en zelf zinnen maken
Begin bij herkennen. Laat je kind in een zin zoeken naar woorden als rennend, spelend of lezend. Vraag daarna wat het woord vertelt over de handeling.
Daarna kun je oefenen met invullen. Geef een zin waarin het onvoltooid deelwoord ontbreekt, zoals: “… liep hij naar de deur.” Je kind kan dan kiezen welk woord logisch past, bijvoorbeeld lachend of rennend.
Als laatste kan je kind zelf zinnen maken. Dit is vaak wat moeilijker, maar wel heel leerzaam. Door zelf zinnen te bedenken, laat je kind zien dat het de vorm niet alleen herkent, maar ook begrijpt.
Extra oefenen met taal en grammatica
Sommige kinderen hebben genoeg aan een korte uitleg en een paar oefeningen. Andere kinderen hebben meer structuur nodig, zeker als ook andere onderdelen van taal lastig zijn. Denk aan werkwoordspelling, zinsdelen, voltooid deelwoord of begrijpend lezen.
In dat geval kunnen oefenboeken helpen. Een oefenboek geeft een vaste opbouw, duidelijke uitleg en voldoende herhaling. Dat maakt het makkelijker om thuis rustig te oefenen zonder steeds zelf materiaal te moeten zoeken.
Voor ouders is het vooral fijn als oefenen overzichtelijk blijft. Je ziet beter welke onderdelen je kind al beheerst en waar nog extra aandacht nodig is. Voor kinderen geeft die structuur vaak meer rust, omdat ze weten wat ze moeten doen.
De oefenboeken van oefenboeken.nl sluiten aan bij basisschoolvaardigheden en zijn bedoeld om kinderen stap voor stap te ondersteunen. Ze kunnen handig zijn als je kind niet alleen het onvoltooid deelwoord wil oefenen, maar breder wil werken aan taal en grammatica.
Download nu onze Gratis werkbladen taal & spelling
Meer dan 100.000 ouders oefenen al met ons materiaal en zagen hun kind groeien in zekerheid, tempo en resultaat. Vul hieronder je gegevens in en ontvang de oefenbladen direct als PDF in je mailbox.
Onvoltooid deelwoord en voorbereiding op Leerling in Beeld, Cito en IEP
Het onvoltooid deelwoord wordt niet altijd als los onderwerp getoetst. Toch hoort het wel bij bredere taalvaardigheid. Kinderen die werkwoordsvormen herkennen en zinnen beter begrijpen, staan vaak sterker bij taalopdrachten.
Bij toetsen zoals Leerling in Beeld, Cito en IEP kunnen onderdelen als grammatica, spelling, woordgebruik en zinsbegrip terugkomen. Daarom kan het helpen om thuis rustig te oefenen met taalbegrippen en werkwoordsvormen. Niet om druk te leggen, maar om meer vertrouwen op te bouwen.
Gratis werkbladen kunnen een goede eerste stap zijn. Ze helpen je kind om gericht te oefenen met één onderwerp. Oefenboeken zijn vooral handig als je kind meer herhaling nodig heeft of zich breder wil voorbereiden op taalonderdelen.
Het belangrijkste is dat oefenen overzichtelijk en haalbaar blijft. Een kind dat vaker succeservaringen opdoet, gaat meestal met meer rust en vertrouwen aan schoolwerk en toetsmomenten beginnen.
Oefenboeken voor extra vertrouwen bij taal
Als je merkt dat je kind taal of grammatica lastig vindt, kan extra oefenen thuis veel duidelijkheid geven. Niet door uren achter elkaar te oefenen, maar door regelmatig korte opdrachten te maken. Juist die herhaling helpt kinderen om regels beter te begrijpen en toe te passen.
De oefenboeken van oefenboeken.nl zijn bedoeld om ouders en kinderen daarbij te ondersteunen. Ze bieden structuur, duidelijke oefenstof en een rustige manier om thuis te werken aan taal, spelling en grammatica. Dat kan fijn zijn voor kinderen die wat extra herhaling nodig hebben of zekerder willen worden richting schooltoetsen.
Zo blijft oefenen praktisch en overzichtelijk. Je kind werkt stap voor stap aan meer begrip, terwijl jij als ouder beter ziet waar nog ondersteuning nodig is.