Meter, centimeter en millimeter zijn lengtematen die kinderen op de basisschool stap voor stap leren gebruiken. Ze komen terug bij meten, rekenen, omrekenen en soms ook in verhaalsommen. Voor veel kinderen is vooral het verschil tussen meter, centimeter en millimeter in het begin lastig.
Als ouder hoef je dit niet ingewikkeld uit te leggen. Met een liniaal, een meetlint en een paar voorbeelden uit huis wordt het vaak al veel duidelijker. In dit artikel lees je wat meter, centimeter en millimeter betekenen, hoe je ze omrekent en hoe je je kind thuis rustig kunt helpen oefenen.

Wat zijn meter, centimeter en millimeter?
Meter, centimeter en millimeter zijn allemaal lengtematen. Je gebruikt ze om aan te geven hoe lang, breed, hoog of dik iets is. Kinderen leren deze maten bij rekenen, maar komen ze ook tegen in het dagelijks leven.
Een meter gebruik je meestal voor grotere lengtes. Denk aan de hoogte van een deur, de lengte van een tafel of de lengte van een kind. Een centimeter gebruik je vaak voor kleinere dingen, zoals een potlood, schrift of gum. Een millimeter is nog kleiner en zie je bijvoorbeeld terug op de kleine streepjes van een liniaal.
Voor kinderen helpt het om deze maten niet alleen uit het hoofd te leren, maar ook echt te zien en te voelen. Laat je kind bijvoorbeeld een boek meten met een liniaal en daarna een kamer met een meetlint. Zo wordt het verschil tussen meter, centimeter en millimeter veel concreter.
Het verschil tussen meter, centimeter en millimeter
Het belangrijkste verschil tussen meter, centimeter en millimeter is de grootte van de maat. Een meter is groter dan een centimeter. Een centimeter is weer groter dan een millimeter.
Kinderen raken soms in de war omdat de woorden op elkaar lijken en omdat ze moeten onthouden wanneer ze moeten vermenigvuldigen of delen. Daarom is het verstandig om eerst te oefenen met voorbeelden, voordat je meteen begint met omrekenen.
Wanneer gebruik je meter?
Een meter gebruik je bij grotere lengtes. Denk aan de lengte van een kamer, de hoogte van een kast, de breedte van een deur of de afstand tussen twee plekken.
Je kind kan thuis oefenen door te schatten hoeveel meter iets is. Vraag bijvoorbeeld: is de kamer ongeveer 2 meter, 4 meter of 10 meter lang? Daarna kun je samen meten met een rolmaat of meetlint.
Wanneer gebruik je centimeter?
Een centimeter gebruik je bij kleinere voorwerpen. Denk aan de lengte van een potlood, de breedte van een schrift, de hoogte van een beker of de lengte van een gum.
De centimeter is voor kinderen vaak het makkelijkst om mee te starten, omdat deze duidelijk op een liniaal staat. Laat je kind eerst voorwerpen meten in hele centimeters. Daarna kun je langzaam overstappen naar nauwkeuriger meten.
Wanneer gebruik je millimeter?
Een millimeter gebruik je bij heel kleine lengtes. Op een liniaal zijn millimeters de kleine streepjes tussen de centimeters. Tussen 0 cm en 1 cm zitten 10 millimeters.
Dit is voor veel kinderen even wennen. Ze moeten leren dat een millimeter kleiner is dan een centimeter, ook al klinkt het woord soms ingewikkelder. Oefenen met een liniaal helpt hierbij het meest.

Meter, centimeter en millimeter omrekenen
Bij meter, centimeter en millimeter omrekenen is het handig om een paar vaste afspraken te kennen. Deze vormen de basis voor veel rekenopgaven over lengtematen.
1 meter is 100 centimeter.
1 centimeter is 10 millimeter.
1 meter is 1000 millimeter.
Als je van een grotere maat naar een kleinere maat gaat, wordt het getal groter. Bijvoorbeeld: 2 meter is 200 centimeter. Je verdeelt de meters dan in kleinere stukjes.
Als je van een kleinere maat naar een grotere maat gaat, wordt het getal kleiner. Bijvoorbeeld: 300 centimeter is 3 meter. Je maakt van veel kleine stukjes weer grotere eenheden.
Voor kinderen is dit vaak het lastigste onderdeel. Ze begrijpen de maten soms wel, maar twijfelen bij het omrekenen. Een vaste maattabel of meetladder kan dan veel rust geven.
De maattabel voor meter, centimeter en millimeter
Een maattabel helpt kinderen om de volgorde van lengtematen te onthouden. In zo’n tabel staan de maten op volgorde, van groot naar klein of van klein naar groot. Bij rekenen gebruiken kinderen vaak de volgorde kilometer, hectometer, decameter, meter, decimeter, centimeter en millimeter.
Voor het onderwerp meter, centimeter en millimeter zijn vooral meter, centimeter en millimeter belangrijk. Toch is het handig dat kinderen weten dat decimeter tussen meter en centimeter staat. Zo begrijpen ze beter hoe de stappen in het metriek stelsel werken.
Bij elke stap naar rechts vermenigvuldig je met 10. Bij elke stap naar links deel je door 10. Dat betekent dat je van meter naar decimeter keer 10 doet, van decimeter naar centimeter weer keer 10 en van centimeter naar millimeter nog een keer keer 10.
Een eenvoudige maattabel kan er zo uitzien:
| Meter | Decimeter | Centimeter | Millimeter |
|---|---|---|---|
| 1 m | 10 dm | 100 cm | 1000 mm |
De volgorde van de lengtematen
De volgorde van de lengtematen is belangrijk bij het omrekenen. Veel kinderen leren hiervoor een meetladder of maattabel. De volgorde is: kilometer, hectometer, decameter, meter, decimeter, centimeter en millimeter.
Voor basisschoolkinderen is het niet nodig om alles in één keer perfect te kunnen. Begin met meter, centimeter en millimeter. Als dat goed gaat, kun je de andere lengtematen erbij nemen.
Veelgemaakte fouten bij meter, centimeter en millimeter
Een veelgemaakte fout is dat kinderen denken dat millimeter groter is dan centimeter. Dit komt vaak doordat het woord langer of moeilijker klinkt. Laat daarom op een liniaal zien dat millimeters juist de kleine streepjes zijn.
Ook twijfelen kinderen vaak of ze moeten delen of vermenigvuldigen. Een handige regel is: ga je naar een kleinere maat, dan wordt het getal groter. Ga je naar een grotere maat, dan wordt het getal kleiner.
Sommige kinderen halen meter en centimeter door elkaar. Ze schrijven bijvoorbeeld 150 meter terwijl ze 150 centimeter bedoelen. Dit gebeurt vooral bij verhaalsommen, omdat kinderen dan niet alleen moeten rekenen, maar ook goed moeten begrijpen welke maat logisch is.
Ook het aflezen van een liniaal kan lastig zijn. Kinderen beginnen soms niet precies bij 0 of tellen de millimeterstreepjes verkeerd. Oefen daarom eerst rustig met echte voorwerpen, voordat je alleen met sommen op papier werkt.

Zo kun je thuis oefenen met meter, centimeter en millimeter
Thuis oefenen met meter, centimeter en millimeter hoeft niet lang te duren. Een paar korte oefenmomenten per week zijn vaak genoeg om meer vertrouwen op te bouwen. Het belangrijkste is dat je kind begrijpt wat de maten betekenen.
Laat je kind bijvoorbeeld drie voorwerpen kiezen en meten met een liniaal. Vraag daarna welke maat het meest logisch is: meter, centimeter of millimeter. Zo leert je kind niet alleen meten, maar ook nadenken over de juiste maateenheid.
Je kunt ook samen schatten voordat je gaat meten. Hoe lang is de tafel ongeveer? Hoeveel centimeter is een boek? Hoe dik is een schrift in millimeters? Door eerst te schatten en daarna te meten, wordt rekenen met lengtematen veel begrijpelijker.
Op oefenboeken.nl kun je gratis werkbladen gebruiken om thuis verder te oefenen met rekenen en lengtematen. Deze werkbladen helpen je kind om stap voor stap te oefenen met meten, omrekenen en het herkennen van maateenheden. Zo kun je rustig bekijken wat al goed gaat en waar nog extra herhaling nodig is.
Extra oefenen met rekenen en lengtematen
Sommige kinderen hebben wat meer tijd nodig om lengtematen goed te begrijpen. Dat is heel normaal. Vooral het omrekenen tussen meter, centimeter en millimeter vraagt herhaling.
Extra oefenen helpt vooral als je kind steeds dezelfde fout maakt. Denk aan verkeerd omrekenen, twijfelen bij de meetladder of niet weten welke maat bij een situatie past. Door regelmatig korte opdrachten te maken, wordt de stof steeds vertrouwder.
De oefenboeken van oefenboeken.nl kunnen hierbij helpen. Ze bieden duidelijke oefeningen waarmee kinderen rekenen stap voor stap kunnen herhalen. Ook onderwerpen zoals meten, lengtematen, tabellen en verhaalsommen met maten kunnen daarin terugkomen.
Voor ouders is dat prettig, omdat je niet zelf steeds nieuwe opdrachten hoeft te bedenken. Je kind krijgt structuur en oefent op een manier die aansluit bij wat op school wordt gevraagd.
Download nu onze Gratis werkbladen Rekenen
Meer dan 100.000 ouders oefenen al met ons materiaal en zagen hun kind groeien in zekerheid, tempo en resultaat. Vul hieronder je gegevens in en ontvang de oefenbladen direct als PDF in je mailbox.
Meter, centimeter en millimeter bij toetsen op school
Meter, centimeter en millimeter kunnen terugkomen in rekentoetsen op school. Kinderen moeten dan bijvoorbeeld een lengte omrekenen, een liniaal aflezen of bepalen welke maateenheid het beste past bij een situatie. Ook in verhaalsommen kunnen lengtematen een rol spelen.
Bij toetsen zoals Leerling in Beeld, Cito en IEP gaat het niet alleen om het juiste antwoord. Kinderen moeten ook begrijpen wat er gevraagd wordt. Daarom is het belangrijk dat je kind niet alleen losse omrekensommen oefent, maar ook leert nadenken over de situatie in de opgave.
Gratis werkbladen en oefenboeken kunnen helpen om dit rustig voor te bereiden. Door thuis te oefenen met verschillende soorten opgaven, krijgt je kind meer vertrouwen. Dat kan helpen om tijdens toetsen minder snel in de war te raken.
De voorbereiding hoeft niet zwaar te zijn. Korte oefenmomenten, duidelijke uitleg en succeservaringen zijn vaak al genoeg om vooruitgang te merken.
Verder oefenen met meer vertrouwen
Als je merkt dat je kind meter, centimeter en millimeter nog lastig vindt, is extra oefenen een goede stap. Begin klein, gebruik voorbeelden uit huis en herhaal de belangrijkste regels regelmatig. Zo groeit het begrip vanzelf.
Met de gratis werkbladen van oefenboeken.nl kun je laagdrempelig starten. Wil je meer structuur en herhaling, dan zijn de fysieke oefenboeken een fijne aanvulling. Daarmee kan je kind rustig oefenen met rekenen, lengtematen en andere belangrijke onderdelen die op school terugkomen.