HomeUitlegGroep 7Cito toetsenWat is het naamwoordelijk gezegde? Uitleg en voorbeelden voor ouders

Wat is het naamwoordelijk gezegde? Uitleg en voorbeelden voor ouders

Wat is het naamwoordelijk gezegde? Veel ouders komen deze term tegen wanneer hun kind op school bezig is met zinsontleding. Het klinkt misschien ingewikkeld, maar met een rustige uitleg en een paar duidelijke voorbeelden wordt het een stuk begrijpelijker.

Het naamwoordelijk gezegde zegt iets over wat het onderwerp is, wordt, blijft, lijkt of blijkt. Je kind leert dus niet alleen werkwoorden zoeken, maar ook kijken wat er over het onderwerp wordt gezegd. Dat is een belangrijke stap bij taal, grammatica en ontleden in de bovenbouw van de basisschool.

In dit artikel leggen we stap voor stap uit wat het naamwoordelijk gezegde is, hoe je het herkent en hoe je er thuis samen mee kunt oefenen.

Oefenboeken groep 3 t/m 8 van Oefenboeken.nl

Wat is het naamwoordelijk gezegde?

Het naamwoordelijk gezegde is een deel van de zin dat iets zegt over het onderwerp. Het vertelt wat iemand of iets is, wordt, blijft, lijkt of blijkt.

Kijk maar naar deze zin:

De jongen is vrolijk.

In deze zin is de jongen het onderwerp. Het stukje is vrolijk zegt iets over de jongen. Daarom is is vrolijk het naamwoordelijk gezegde.

Een naamwoordelijk gezegde bestaat meestal uit een koppelwerkwoord en een naamwoordelijk deel. Het koppelwerkwoord koppelt het onderwerp aan wat erover wordt gezegd. Het naamwoordelijk deel geeft de eigenschap, toestand of naam aan.

Voor kinderen is vooral belangrijk dat ze leren kijken naar de betekenis van de zin. Gaat het om iets wat iemand doet? Dan is het vaak een werkwoordelijk gezegde. Gaat het om wat iemand of iets is of lijkt? Dan kan het een naamwoordelijk gezegde zijn.

Wat is het gezegde in een zin?

Het gezegde is het deel van de zin waarin de werkwoorden staan. Het zegt iets over het onderwerp van de zin. Bij zinsontleding leren kinderen meestal eerst de persoonsvorm zoeken en daarna het gezegde bepalen.

Er zijn twee soorten gezegdes:

Het werkwoordelijk gezegde
Dit vertelt vooral wat iemand of iets doet.

Voorbeeld:
De hond rent door de tuin.
Het gezegde is rent.

Het naamwoordelijk gezegde
Dit vertelt vooral wat iemand of iets is, wordt, blijft, lijkt of blijkt.

Voorbeeld:
De hond is moe.
Het naamwoordelijk gezegde is is moe.

Dit verschil is belangrijk, omdat kinderen vaak geneigd zijn om alleen naar het werkwoord te kijken. Bij het naamwoordelijk gezegde moeten ze juist ook kijken naar wat er over het onderwerp wordt gezegd.

Educatieve illustratie die het verschil laat zien tussen een werkwoordelijk gezegde en een naamwoordelijk gezegde, met voorbeelden en een kort stappenplan.

Het verschil tussen een werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde

Het verschil tussen een werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde zit vooral in de betekenis van de zin. Een werkwoordelijk gezegde vertelt wat het onderwerp doet. Een naamwoordelijk gezegde vertelt wat het onderwerp is of hoe het onderwerp is.

In de zin Lisa fietst naar school doet Lisa iets. Ze fietst. Daarom is fietst een werkwoordelijk gezegde.

In de zin Lisa is blij doet Lisa niet echt iets. De zin vertelt hoe Lisa is. Daarom is is blij een naamwoordelijk gezegde.

Voor kinderen helpt het om steeds deze vraag te stellen: gaat het om doen of om zijn?

Werkwoordelijk gezegde kort uitgelegd

Een werkwoordelijk gezegde bestaat uit één of meer werkwoorden. Het geeft aan wat het onderwerp doet of wat er gebeurt.

Voorbeelden:

Tom leest een boek.
Het werkwoordelijk gezegde is leest.

De kinderen hebben buiten gespeeld.
Het werkwoordelijk gezegde is hebben gespeeld.

Bij een werkwoordelijk gezegde staat de handeling centraal. Er gebeurt iets of iemand doet iets.

Naamwoordelijk gezegde kort uitgelegd

Een naamwoordelijk gezegde bestaat meestal uit een koppelwerkwoord en een naamwoordelijk deel. Het zegt iets over hoe, wat of wie het onderwerp is.

Voorbeelden:

Tom is ziek.
Het naamwoordelijk gezegde is is ziek.

De kinderen blijven rustig.
Het naamwoordelijk gezegde is blijven rustig.

Hier gaat het niet om een handeling, maar om een eigenschap of toestand van het onderwerp.

Hoe herken je het naamwoordelijk gezegde?

Het naamwoordelijk gezegde herkennen gaat makkelijker als je kind een vaste volgorde gebruikt. Zo wordt zinsontleding minder gokken en meer stap voor stap nadenken.

Een handige aanpak is om eerst de persoonsvorm te zoeken, daarna te kijken of er een koppelwerkwoord in de zin staat en vervolgens te bepalen wat er over het onderwerp wordt gezegd.

Stap 1 Zoek de persoonsvorm

De persoonsvorm is het werkwoord dat verandert als je de zin in een andere tijd zet of van enkelvoud naar meervoud maakt.

Voorbeeld:

De taart is lekker.
Maak er verleden tijd van: De taart was lekker.

Het woord is verandert in was. Daarom is is de persoonsvorm.

De persoonsvorm helpt je kind om het gezegde te vinden. Daarna kan je kind kijken of dit gezegde werkwoordelijk of naamwoordelijk is.

Stap 2 Kijk of er een koppelwerkwoord in de zin staat

Een naamwoordelijk gezegde heeft vaak een koppelwerkwoord. Een koppelwerkwoord koppelt het onderwerp aan een eigenschap, naam of toestand.

In de zin De taart is lekker is is een koppelwerkwoord. Het koppelt de taart aan lekker.

Ziet je kind een koppelwerkwoord zoals zijn, worden, blijven, lijken of blijken? Dan is de kans groot dat er een naamwoordelijk gezegde in de zin staat.

Stap 3 Zoek wat er over het onderwerp wordt gezegd

Na het koppelwerkwoord kijk je wat er over het onderwerp wordt gezegd. Dat deel noemen we het naamwoordelijk deel.

Voorbeeld:

Mijn broer wordt dokter.

Het onderwerp is mijn broer.
Het koppelwerkwoord is wordt.
Wat wordt er over mijn broer gezegd? dokter.

Het naamwoordelijk gezegde is dus wordt dokter.

Wat zijn koppelwerkwoorden?

Koppelwerkwoorden zijn belangrijk bij het naamwoordelijk gezegde. Ze koppelen het onderwerp aan een eigenschap, toestand of naam.

Veelgebruikte koppelwerkwoorden zijn:

zijn
worden
blijven
lijken
blijken
schijnen
heten
dunken
voorkomen

Voor basisschoolkinderen is het meestal genoeg om eerst de bekendste koppelwerkwoorden goed te herkennen. Denk aan zijn, worden, blijven, lijken en blijken.

Voorbeelden:

De lucht is grijs.
Mijn zus wordt boos.
De meester blijft rustig.
Het huis lijkt groot.
De som blijkt lastig.

In al deze zinnen vertelt het deel na het koppelwerkwoord iets over het onderwerp. Daarom is er sprake van een naamwoordelijk gezegde.

Het naamwoordelijk deel en het werkwoordelijk deel

Het naamwoordelijk gezegde bestaat meestal uit twee delen: het werkwoordelijk deel en het naamwoordelijk deel.

Het werkwoordelijk deel is het koppelwerkwoord. Het naamwoordelijk deel is het stukje dat iets zegt over het onderwerp.

Voorbeeld:

De kinderen zijn moe.

Het werkwoordelijk deel is zijn.
Het naamwoordelijk deel is moe.
Het hele naamwoordelijk gezegde is zijn moe.

Nog een voorbeeld:

Mijn vader wordt trainer.

Het werkwoordelijk deel is wordt.
Het naamwoordelijk deel is trainer.
Het naamwoordelijk gezegde is wordt trainer.

Kinderen halen het naamwoordelijk gezegde en het naamwoordelijk deel soms door elkaar. Het naamwoordelijk gezegde is het geheel. Het naamwoordelijk deel is alleen het stukje dat iets zegt over het onderwerp.

Educatieve illustratie die laat zien dat het naamwoordelijk gezegde bestaat uit een koppelwerkwoord en een naamwoordelijk deel, met voorbeelden zoals zijn moe en wordt trainer.

Voorbeelden van het naamwoordelijk gezegde

Voorbeelden helpen kinderen om het naamwoordelijk gezegde beter te herkennen. Het is vaak duidelijker om samen een paar zinnen te bekijken dan om alleen de regel uit het hoofd te leren.

De kat is slaperig.
Onderwerp: de kat
Koppelwerkwoord: is
Naamwoordelijk deel: slaperig
Naamwoordelijk gezegde: is slaperig

Mijn juf lijkt aardig.
Onderwerp: mijn juf
Koppelwerkwoord: lijkt
Naamwoordelijk deel: aardig
Naamwoordelijk gezegde: lijkt aardig

De kinderen worden druk.
Onderwerp: de kinderen
Koppelwerkwoord: worden
Naamwoordelijk deel: druk
Naamwoordelijk gezegde: worden druk

Het verhaal blijft spannend.
Onderwerp: het verhaal
Koppelwerkwoord: blijft
Naamwoordelijk deel: spannend
Naamwoordelijk gezegde: blijft spannend

Sam is mijn buurjongen.
Onderwerp: Sam
Koppelwerkwoord: is
Naamwoordelijk deel: mijn buurjongen
Naamwoordelijk gezegde: is mijn buurjongen

Bij al deze zinnen kun je dezelfde vraag stellen: wat wordt er over het onderwerp gezegd? Het antwoord op die vraag helpt je kind om het naamwoordelijk deel te vinden.

Veelgemaakte fouten bij het naamwoordelijk gezegde

Veel kinderen vinden het naamwoordelijk gezegde lastig, omdat het minder zichtbaar is dan een gewone handeling. Bij rennen, springen of lezen zie je duidelijk dat iemand iets doet. Bij is blij of blijft rustig moet je meer naar de betekenis van de zin kijken.

Een veelgemaakte fout is dat kinderen elk werkwoord automatisch als werkwoordelijk gezegde zien. In de zin De hond is lief denken ze dan dat alleen is het gezegde is. Maar is lief hoort bij elkaar, omdat het samen iets zegt over de hond.

Een andere fout is dat kinderen het koppelwerkwoord niet herkennen. Vooral woorden als blijven, lijken en blijken kunnen lastig zijn. Daarom helpt het om regelmatig korte voorbeeldzinnen te oefenen.

Ook verwarren kinderen soms het naamwoordelijk deel met een ander zinsdeel. De beste controle is dan: zegt dit stukje iets over het onderwerp? Als dat zo is, hoort het vaak bij het naamwoordelijk gezegde.

Naamwoordelijk gezegde oefenen met je kind

Thuis oefenen hoeft niet lang of ingewikkeld te zijn. Begin met korte zinnen en laat je kind steeds dezelfde stappen volgen. Eerst de persoonsvorm, dan het onderwerp, daarna het koppelwerkwoord en tot slot wat er over het onderwerp wordt gezegd.

Je kunt bijvoorbeeld samen vijf zinnen per dag bekijken. Laat je kind hardop uitleggen waarom iets een naamwoordelijk gezegde is. Daardoor merk je snel of je kind de regel echt begrijpt of alleen een woord herkent.

Gratis werkbladen kunnen hierbij goed helpen. Met duidelijke oefeningen kan je kind rustig oefenen met zinsontleding, het gezegde en het herkennen van het naamwoordelijk gezegde. Zo krijgt je kind meer routine en wordt grammatica minder abstract.

Op oefenboeken.nl vind je gratis werkbladen waarmee kinderen thuis extra kunnen oefenen met taal en andere schoolvaardigheden. Gebruik ze vooral als laagdrempelige manier om te ontdekken wat je kind al goed kan en waar nog wat herhaling nodig is.

Gratis werkbladen taal en spelling

Download nu onze Gratis werkbladen taal & spelling

Meer dan 100.000 ouders oefenen al met ons materiaal en zagen hun kind groeien in zekerheid, tempo en resultaat. Vul hieronder je gegevens in en ontvang de oefenbladen direct als PDF in je mailbox.

Je gegevens zijn veilig en je kunt je op elk moment afmelden.

Extra oefenen met taal en ontleden

Het naamwoordelijk gezegde is onderdeel van het bredere onderwerp zinsontleding. Vooral in de bovenbouw, zoals groep 7 en groep 8, komen begrippen als onderwerp, persoonsvorm, werkwoordelijk gezegde en naamwoordelijk gezegde vaker terug.

Als je kind moeite heeft met ontleden, kan extra oefening helpen om meer overzicht te krijgen. Niet door alles in één keer te leren, maar door rustig te herhalen met duidelijke uitleg en passende opdrachten.

Ook bij voorbereiding op toetsen zoals Leerling in Beeld, Cito en IEP kan taal oefenen waardevol zijn. Zinsontleding en grammaticale begrippen kunnen terugkomen binnen taalopdrachten of helpen bij beter taalbegrip. Door te oefenen met werkbladen en oefenboeken krijgt je kind meer vertrouwen in dit soort opdrachten.

De oefenboeken van oefenboeken.nl bieden structuur voor ouders die thuis gericht willen oefenen. Ze helpen kinderen stap voor stap werken aan taal, spelling, lezen en andere schoolvaardigheden. Dat maakt oefenen overzichtelijker en rustiger, zeker wanneer je kind baat heeft bij herhaling.

Wil je je kind extra ondersteunen bij taal en ontleden? Dan kunnen de fysieke oefenboeken een fijne aanvulling zijn op de gratis werkbladen. Zo oefent je kind niet alleen losse zinnen, maar bouwt het stap voor stap meer zekerheid op.

Veelgestelde vragen over het naamwoordelijk gezegde

Wat is het naamwoordelijk gezegde?
Het naamwoordelijk gezegde is het deel van de zin dat iets zegt over wat het onderwerp is, wordt, blijft, lijkt of blijkt. In de zin “De hond is moe” is “is moe” het naamwoordelijk gezegde.
Hoe vind je het naamwoordelijk gezegde in een zin?
Laat je kind eerst de persoonsvorm zoeken. Kijk daarna of er een koppelwerkwoord in de zin staat. Vervolgens zoek je wat er over het onderwerp wordt gezegd. Samen vormen het koppelwerkwoord en dat deel meestal het naamwoordelijk gezegde.
Wat is het verschil tussen een werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde?
Een werkwoordelijk gezegde vertelt wat iemand of iets doet. Een naamwoordelijk gezegde vertelt wat iemand of iets is, wordt, blijft, lijkt of blijkt. “Lisa leest” is werkwoordelijk. “Lisa is vrolijk” is naamwoordelijk.
Wat is het naamwoordelijk deel van het gezegde?
Het naamwoordelijk deel is het stukje dat iets zegt over het onderwerp. In de zin “De som is moeilijk” is “moeilijk” het naamwoordelijk deel. Het hele naamwoordelijk gezegde is “is moeilijk”.
Welke koppelwerkwoorden horen bij het naamwoordelijk gezegde?
Bekende koppelwerkwoorden zijn zijn, worden, blijven, lijken, blijken, schijnen en heten. Voor basisschoolkinderen is het vooral belangrijk dat ze de meest voorkomende woorden goed herkennen, zoals zijn, worden, blijven en lijken.
Hoe kan mijn kind oefenen met het naamwoordelijk gezegde?
Begin met korte zinnen en laat je kind steeds dezelfde stappen volgen. Oefen rustig met het onderwerp, de persoonsvorm, het koppelwerkwoord en het naamwoordelijk deel. Gratis werkbladen en oefenboeken kunnen helpen om dit stap voor stap te herhalen.
Gratis werkbladen taal en spelling

Download nu onze Gratis werkbladen taal & spelling

Meer dan 100.000 ouders oefenen al met ons materiaal en zagen hun kind groeien in zekerheid, tempo en resultaat. Vul hieronder je gegevens in en ontvang de oefenbladen direct als PDF in je mailbox.

Gerelateerde berichten

Liter en hectoliter omrekenen uitleg voor ouders

Liter en hectoliter omrekenen uitleg voor ouders

Ongelijknamige breuken optellen: uitleg en oefenen voor je kind

Ongelijknamige breuken optellen: uitleg en oefenen voor je kind

Onvoltooid deelwoord oefenen: duidelijke uitleg en voorbeelden

Onvoltooid deelwoord oefenen: duidelijke uitleg en voorbeelden

Plaats een reactie