Een datum in Romeinse cijfers schrijven lijkt voor veel kinderen eerst best ingewikkeld. Toch wordt het een stuk duidelijker als je de datum stap voor stap opbouwt. Je zet de dag, de maand en het jaartal apart om naar Romeinse cijfers en combineert die daarna tot één volledige datum.
Voor ouders is het handig om te weten hoe dit werkt, omdat kinderen Romeinse cijfers soms tegenkomen bij rekenen, geschiedenis, klokken, gebouwen of opdrachten op school. In dit artikel lees je rustig hoe je een datum in Romeinse cijfers omzet en hoe je dit thuis eenvoudig met je kind kunt oefenen.

Wat betekent een datum in Romeinse cijfers?
Een datum in Romeinse cijfers is een gewone datum, maar dan geschreven met Romeinse getalsymbolen in plaats van onze normale cijfers. De datum 20 05 2026 kan bijvoorbeeld worden omgezet naar XX V MMXXVI.
Romeinse cijfers bestaan uit letters die samen getallen vormen. Zo staat I voor 1, V voor 5 en X voor 10. Door deze tekens op de juiste manier te combineren, kun je dagen, maanden en jaartallen schrijven.
Bij een datum kijk je naar drie onderdelen. Eerst zet je de dag om, daarna de maand en als laatste het jaar. Dat maakt het overzichtelijk voor kinderen, omdat ze niet de hele datum in één keer hoeven te begrijpen.
Welke Romeinse cijfers heb je nodig voor een datum?
Om een datum naar Romeinse cijfers om te zetten, heeft je kind vooral de belangrijkste Romeinse cijfers nodig. Deze vormen de basis voor bijna alle datums en jaartallen.
De belangrijkste Romeinse cijfers zijn:
I = 1
V = 5
X = 10
L = 50
C = 100
D = 500
M = 1000
Met deze tekens kun je kleine getallen maken, zoals dagen en maanden, maar ook grotere getallen zoals jaartallen. Een datum naar Romeinse cijfers omzetten wordt daardoor vooral een kwestie van rustig combineren.
Voor kinderen is het prettig om eerst de kleine getallen goed te oefenen. Denk aan I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX en X. Daarna wordt het makkelijker om grotere getallen en jaartallen te begrijpen.
Belangrijke regels bij Romeinse cijfers
Bij Romeinse cijfers tel je de meeste tekens bij elkaar op. VI betekent bijvoorbeeld 5 + 1, dus 6. VIII betekent 5 + 1 + 1 + 1, dus 8.
Soms staat een kleiner teken vóór een groter teken. Dan trek je het kleinere getal ervan af. IV betekent 5 min 1, dus 4. IX betekent 10 min 1, dus 9.
Dit is een regel waar kinderen vaak even aan moeten wennen. Daarom is het slim om eerst veel korte voorbeelden te oefenen, voordat je hele datums omzet.

Hoe zet je een datum om naar Romeinse cijfers?
Een datum in Romeinse cijfers omzetten doe je het makkelijkst in drie stappen. Je begint met de dag, daarna zet je de maand om en tot slot maak je het jaartal.
Stel dat je de datum 20 05 2026 wilt omzetten. Dan kijk je eerst naar 20, daarna naar 5 en daarna naar 2026. Zo wordt de datum stap voor stap duidelijk.
Deze manier helpt kinderen om overzicht te houden. Ze zien dat een lange datum eigenlijk uit kleinere stukjes bestaat.
Stap 1 zet de dag om
De dag is het eerste getal van de datum. Bij 20 05 2026 is de dag dus 20.
In Romeinse cijfers schrijf je 20 als XX. Dat komt doordat X voor 10 staat. Twee keer X is dus 20.
Nog een paar voorbeelden:
4 wordt IV
9 wordt IX
12 wordt XII
19 wordt XIX
31 wordt XXXI
Voor kinderen is het handig om vooral de getallen 1 tot en met 31 te oefenen. Daarmee kunnen ze elke dag van de maand omzetten.
Stap 2 zet de maand om
De maand wordt meestal als maandnummer omgezet. Januari is maand 1, februari is maand 2 en december is maand 12.
Bij de datum 20 05 2026 is de maand 5. In Romeinse cijfers schrijf je 5 als V.
Voorbeelden van maanden:
januari = I
februari = II
maart = III
april = IV
mei = V
juni = VI
juli = VII
augustus = VIII
september = IX
oktober = X
november = XI
december = XII
Let erop dat kinderen soms de naam van de maand willen omzetten. Dat hoeft niet. Je zet het maandnummer om naar Romeinse cijfers.
Stap 3 zet het jaartal om
Het jaartal is meestal het lastigste deel van de datum. Dat komt doordat het om een groter getal gaat.
Neem het jaartal 2026. Dit kun je verdelen in 2000, 20 en 6. In Romeinse cijfers wordt dat MM, XX en VI. Samen wordt 2026 dus MMXXVI.
Een paar voorbeelden:
2024 wordt MMXXIV
2025 wordt MMXXV
2026 wordt MMXXVI
2010 wordt MMX
1999 wordt MCMXCIX
Het helpt om een jaartal rustig in stukjes te verdelen. Zo ziet je kind beter hoe het getal is opgebouwd.
Voorbeelden van datums in Romeinse cijfers
Voor veel kinderen wordt de uitleg pas echt duidelijk met voorbeelden. Daarom is het goed om samen een paar herkenbare datums om te zetten.
Voorbeeld 1
20 05 2026 wordt XX V MMXXVI
Voorbeeld 2
04 07 2025 wordt IV VII MMXXV
Voorbeeld 3
12 11 2024 wordt XII XI MMXXIV
Voorbeeld 4
01 01 2026 wordt I I MMXXVI
Voorbeeld 5
31 12 2025 wordt XXXI XII MMXXV
Je kunt de onderdelen los laten opschrijven, zodat je kind ziet welke Romeinse cijfers bij de dag, maand en het jaar horen. Daarna kan je kind de volledige datum achter elkaar zetten.
Sommige mensen gebruiken punten of schuine strepen tussen de onderdelen, bijvoorbeeld XX.V.MMXXVI of XX/V/MMXXVI. Voor school is vooral belangrijk dat je kind begrijpt hoe de getallen zijn omgezet. Vraag bij twijfel altijd welke schrijfwijze de leerkracht gebruikt.

Veelgemaakte fouten bij een datum in Romeinse cijfers
Kinderen maken vaak dezelfde soort foutjes bij Romeinse cijfers. Dat is normaal, want het systeem werkt anders dan onze gewone cijfers.
Een veelgemaakte fout is IIII schrijven in plaats van IV. Voor 4 gebruik je IV, omdat de I vóór de V staat en er dus 1 van 5 wordt afgehaald. Hetzelfde geldt voor 9. Dat schrijf je als IX en niet als VIIII.
Ook bij maanden gaat het soms mis. Kinderen schrijven dan bijvoorbeeld de naam van de maand op, terwijl ze het maandnummer moeten omzetten. Mei wordt dus V, omdat mei de vijfde maand is.
Bij jaartallen vergeten kinderen soms om het getal in stukken te verdelen. Daardoor wordt 2026 ineens veel moeilijker dan nodig. Laat je kind daarom eerst 2000, 20 en 6 herkennen en daarna pas de Romeinse cijfers erbij zetten.
Hoe kun je thuis oefenen met Romeinse cijfers?
Thuis oefenen met Romeinse cijfers hoeft niet lang te duren. Een paar korte opdrachten zijn vaak al genoeg om het systeem beter te begrijpen.
Begin bijvoorbeeld met de geboortedatum van je kind. Laat je kind eerst de dag omzetten, daarna de maand en daarna het jaar. Daarna kun je hetzelfde doen met de geboortedatum van een ouder, broer, zus of vriend.
Je kunt ook datums zoeken in huis of buiten. Denk aan jaartallen op gebouwen, boeken, klokken of oude voorwerpen. Zo ziet je kind dat Romeinse cijfers niet alleen in een schrift staan, maar ook in het dagelijks leven voorkomen.
Houd het vooral rustig en speels. Als je kind de basis van I, V en X begrijpt, wordt het omzetten van datums stap voor stap makkelijker.
Oefenen met gratis werkbladen
Gratis werkbladen zijn handig als je kind extra wil oefenen met Romeinse cijfers, datums en jaartallen. Met korte opdrachten ziet je kind snel of het de regels begrijpt en waar nog wat herhaling nodig is.
Voor ouders is dit een laagdrempelige manier om thuis te oefenen zonder meteen lang aan tafel te zitten. Je kunt bijvoorbeeld één werkblad kiezen en samen alleen de eerste paar opdrachten maken. Dat is vaak al genoeg om te zien of je kind de aanpak begrijpt.
Op oefenboeken.nl vind je gratis oefenbladen waarmee kinderen gericht kunnen oefenen met rekenen, getalbegrip en andere basisschoolvaardigheden. Romeinse cijfers passen vooral goed bij oefenen met getallen, logisch nadenken en nauwkeurig werken.
Download nu onze Gratis werkbladen Rekenen
Meer dan 100.000 ouders oefenen al met ons materiaal en zagen hun kind groeien in zekerheid, tempo en resultaat. Vul hieronder je gegevens in en ontvang de oefenbladen direct als PDF in je mailbox.
Extra oefenen met oefenboeken
Sommige kinderen hebben genoeg aan een korte uitleg en een paar voorbeelden. Andere kinderen hebben juist meer herhaling nodig voordat ze zich zeker voelen. In dat geval kunnen oefenboeken helpen om rustig en gestructureerd te oefenen.
Oefenboeken zijn vooral nuttig als je kind vaker vastloopt bij rekenen, getalbegrip of opdrachten waarbij nauwkeurig lezen belangrijk is. Door regelmatig kleine stukjes te oefenen, krijgt je kind meer grip op getallen en groeit het vertrouwen.
De oefenboeken van oefenboeken.nl sluiten aan bij het niveau van de basisschool en zijn bedoeld om thuis op een rustige manier te oefenen. Ze helpen ouders om hun kind te ondersteunen zonder dat oefenen ingewikkeld hoeft te worden.
Is dit handig voor Leerling in Beeld, Cito en IEP?
Romeinse cijfers zijn meestal geen groot los toetsonderwerp bij Leerling in Beeld, Cito of IEP. Toch kan het onderwerp wel bijdragen aan bredere vaardigheden die bij toetsen belangrijk zijn.
Denk aan getalbegrip, logisch redeneren, nauwkeurig lezen en het herkennen van verschillende manieren om getallen te schrijven. Dat zijn vaardigheden die kinderen ook nodig hebben bij rekenopgaven en verhaalsommen.
Gratis werkbladen en oefenboeken kunnen helpen om deze basisvaardigheden stap voor stap te versterken. Zo oefent je kind niet alleen met één onderwerp, maar bouwt het ook meer zekerheid op richting schooltoetsen.