Veel ouders komen bij taal of grammatica ineens het woord infinitief tegen. Dan is het logisch dat je denkt: wat betekent dit precies en hoe leg ik dit eenvoudig uit aan mijn kind? Met deze infinitief uitleg krijg je snel duidelijkheid, zodat je thuis rustig kunt helpen met oefenen.
Een infinitief is meestal minder ingewikkeld dan het klinkt. Kinderen komen dit onderwerp vooral tegen bij werkwoorden, zinnen en ontleden. Als ouder hoef je geen taalspecialist te zijn om je kind hierbij te ondersteunen. Een heldere basisuitleg en een paar goede voorbeelden zijn vaak al genoeg.

Wat is een infinitief?
Een infinitief is de hele vorm van een werkwoord. Je kunt het zien als de basisvorm van het werkwoord, dus de vorm die je ook vaak in het woordenboek terugvindt. Voorbeelden zijn lopen, fietsen, eten en maken.
Op school wordt een infinitief soms ook de onbepaalde wijs genoemd. Die term klinkt lastig, maar betekent eigenlijk gewoon dat het werkwoord nog niet is aangepast aan een persoon of tijd. Het gaat dus om de kale werkwoordsvorm.
Voor veel kinderen helpt het om te onthouden dat een infinitief vaak eindigt op en. Dat is niet de enige manier om hem te herkennen, maar het is wel een handig eerste stapje.
Wat betekent infinitief in het Nederlands?
De betekenis van infinitief in het Nederlands is dus de basisvorm van een werkwoord. Het is de vorm zonder ik, jij, hij of wij ervoor. Je zegt bijvoorbeeld niet ik loop of hij eet, maar lopen en eten.
Voor ouders is het handig om dit goed te begrijpen, omdat deze term regelmatig terugkomt bij taal en grammatica in de basisschool. Vooral in groep 6, groep 7 en groep 8 krijgen kinderen vaker uitleg over werkwoorden, zinsdelen en ontleden. Dan is het fijn als je thuis dezelfde woorden een beetje herkent.
Je kind hoeft het woord infinitief niet meteen perfect uit te leggen. Belangrijker is dat het leert zien welke vorm van het werkwoord de hele vorm is.

Hoe herken je een infinitief in een zin?
Een infinitief herkennen begint vaak met kijken naar de vorm van het werkwoord. Woorden als lopen, spelen, werken en zingen zijn meestal infinitieven. Ze noemen een handeling, maar zeggen nog niet wie iets doet of wanneer het gebeurt.
Kijk bijvoorbeeld naar de zin: Wij willen vanmiddag buiten spelen. Het woord spelen is hier de infinitief. In de zin Morgen gaan we zwemmen is zwemmen de infinitief.
Je kunt je kind helpen door samen zinnen te lezen en te vragen welk woord de handeling noemt in zijn hele vorm. Dat werkt vaak beter dan alleen een regel uit het hoofd leren.
Infinitief of persoonsvorm
Veel kinderen verwarren de infinitief met de persoonsvorm. Dat is heel normaal, want allebei hebben ze met werkwoorden te maken. Toch is er een belangrijk verschil.
De persoonsvorm past bij de persoon en de tijd in de zin. In ik loop naar school is loop de persoonsvorm. In ik wil naar school lopen is lopen de infinitief.
Een eenvoudige manier om dit thuis te oefenen is om een zin te laten veranderen van tijd. De persoonsvorm verandert dan mee, maar de infinitief meestal niet. Zo wordt het verschil vaak sneller duidelijk.
Voorbeelden van infinitieven:
Kinderen begrijpen grammatica vaak beter door voorbeelden dan door lange uitleg. Daarom is het slim om veel herkenbare woorden te gebruiken die ze al kennen uit het dagelijks leven.
Denk bijvoorbeeld aan deze infinitieven:
- lopen
- eten
- schrijven
- spelen
- lezen
- rekenen
- luisteren
Je kunt daarna ook korte zinnen gebruiken, zoals Ik leer lezen, Wij gaan tekenen en Zij vindt zwemmen leuk. In zulke zinnen ziet je kind niet alleen het woord zelf, maar ook hoe een infinitief in een zin voorkomt.
Moeilijke gevallen die voor verwarring zorgen
Soms lijkt een woord op een infinitief, maar is het toch handig om beter te kijken naar de functie in de zin. Dat gebeurt vooral bij zinnen waarin meerdere werkwoorden staan of bij taalopdrachten waarin kinderen precies moeten benoemen wat elk woord doet.
Ook kan een infinitief soms als zelfstandig naamwoord gebruikt worden. In een zin als Lezen is leuk is lezen nog steeds een infinitief, maar het heeft in de zin wel een andere rol. Voor basisschoolkinderen is het meestal genoeg om eerst te leren dat lezen hier de hele werkwoordsvorm is.
Je hoeft dit thuis niet te groot te maken. Het belangrijkste is dat je kind eerst de basis goed snapt. Daarna wordt dit soort verschil stap voor stap duidelijker.
Te + infinitief
Een vorm die vaak terugkomt is te + infinitief. Denk aan zinnen als Ik probeer op tijd te komen of Zij vergeet haar tas mee te nemen. Het woord na te is dan meestal de infinitief.
Voor kinderen is dit een handig herkenningspunt. Als ze te zien staan voor een werkwoord, helpt dat vaak om de infinitief sneller te vinden. Dit soort voorbeelden kom je regelmatig tegen in taalopdrachten.

Zo oefen je thuis met de infinitief
Thuis oefenen met de infinitief hoeft niet lang te duren. Een paar minuten rustig samen kijken naar woorden en zinnen is vaak al waardevol. Zeker als je merkt dat je kind onzeker is over werkwoorden of ontleden.
Je kunt bijvoorbeeld samen in een tekst werkwoorden zoeken en daarna vragen welke daarvan de hele werkwoordsvorm is. Ook kun je korte zinnen opschrijven en je kind laten aanwijzen wat de infinitief is. Houd het luchtig en maak het niet te moeilijk in één keer.
Een andere goede manier is om zinnen te vergelijken. Zet bijvoorbeeld ik speel naast spelen of wij fietsen naast fietsen. Zo ziet je kind sneller het verschil tussen een persoonsvorm en een infinitief.
Wil je thuis extra oefenen, dan kunnen gratis werkbladen daarbij helpen. Vooral als je kind baat heeft bij herhaling en overzicht is een werkblad een fijne manier om rustig verder te oefenen met werkwoorden, taal en ontleden.
Extra oefenen met gratis werkbladen en oefenboeken
Sommige kinderen begrijpen de uitleg snel, maar hebben daarna nog oefening nodig om het echt goed toe te passen. Dat is heel normaal. Juist bij grammatica helpt herhaling vaak om meer zekerheid te krijgen.
Op oefenboeken.nl vind je gratis werkbladen waarmee je thuis gericht kunt oefenen. Die zijn handig als je merkt dat je kind het onderwerp al een beetje kent, maar nog twijfelt bij het herkennen van werkwoorden of het verschil tussen vormen in een zin.
Daarnaast kunnen onze oefenboeken een fijne volgende stap zijn. Daarmee oefent je kind niet alleen los een begrip, maar bouwt het stap voor stap verder aan taalvaardigheid, werkwoorden en ontleden. Dat geeft meer structuur dan af en toe een losse opdracht.
Voor ouders is dat prettig, omdat je niet steeds zelf opdrachten hoeft te bedenken. Je kunt gewoon samen een paar oefeningen maken op een rustig moment van de dag.
Download nu onze Gratis werkbladen taal & spelling
Meer dan 100.000 ouders oefenen al met ons materiaal en zagen hun kind groeien in zekerheid, tempo en resultaat. Vul hieronder je gegevens in en ontvang de oefenbladen direct als PDF in je mailbox.
Wanneer is de infinitief relevant voor schooltoetsen?
De infinitief is geen los onderwerp dat helemaal op zichzelf staat. Het hoort bij grammatica, werkwoorden en taalbeschouwing. Juist daarom kan het terugkomen in opdrachten die kinderen op school maken, vooral in de bovenbouw.
Bij onderdelen van Leerling in Beeld, Cito en IEP draait het vaak niet alleen om een losse definitie, maar om taalbegrip en het herkennen van vormen in zinnen. Als een kind de basis van werkwoorden goed begrijpt, helpt dat ook bij dit soort taalopgaven.
Gratis werkbladen en oefenboeken kunnen dan extra steun geven. Niet om te drammen op toetsen, maar om thuis in kleine stapjes te oefenen, zodat een kind met meer rust en vertrouwen aan schoolopdrachten werkt.