Rekenen met negatieve getallen kan voor kinderen in de bovenbouw best even wennen zijn. Tot nu toe hebben ze vooral gerekend met getallen boven nul. Ineens komen er getallen bij die kleiner zijn dan nul, zoals -1, -5 of -12.
Voor veel ouders is dit ook een onderwerp waarbij ze denken: hoe leg ik dit duidelijk uit zonder mijn kind in de war te brengen? Gelukkig hoeft rekenen met negatieve getallen niet ingewikkeld te zijn als je begint bij de basis. Met een getallenlijn, herkenbare voorbeelden en korte oefenmomenten kan je kind stap voor stap meer grip krijgen op negatieve getallen.

Wat zijn negatieve getallen?
Negatieve getallen zijn getallen die kleiner zijn dan nul. Je herkent ze aan het minteken voor het getal, bijvoorbeeld -3 of -10. Dit minteken laat zien dat het getal onder nul ligt.
Een goed voorbeeld is temperatuur. Als het buiten 4 graden vriest, dan is de temperatuur -4 graden. Ook bij geld kun je negatieve getallen tegenkomen, bijvoorbeeld als iemand €5 tekortkomt. Dan kun je dat zien als -5.
Voor kinderen helpt het om negatieve getallen niet meteen als lastige rekentaal te zien, maar als getallen die een plek hebben onder nul. Zodra je kind begrijpt dat -6 lager is dan -2, wordt rekenen met negatieve getallen al een stuk overzichtelijker.
Negatieve getallen op de getallenlijn
De getallenlijn is een van de beste manieren om negatieve getallen uit te leggen. Op een getallenlijn staat nul in het midden. Rechts van nul staan de positieve getallen en links van nul staan de negatieve getallen.
Bijvoorbeeld:
-5, -4, -3, -2, -1, 0, 1, 2, 3, 4, 5
Hoe verder je naar rechts gaat, hoe groter het getal wordt. Hoe verder je naar links gaat, hoe kleiner het getal wordt. Dit is belangrijk, omdat kinderen soms denken dat -8 groter is dan -3, omdat 8 groter is dan 3. Op de getallenlijn zien ze dat -8 juist verder naar links staat en dus kleiner is.
Naar links en naar rechts bewegen
Bij rekenen met negatieve getallen helpt het om te denken in stappen. Optellen betekent meestal dat je naar rechts beweegt op de getallenlijn. Aftrekken betekent meestal dat je naar links beweegt.
Bijvoorbeeld: -3 + 5. Je begint bij -3 en gaat 5 stappen naar rechts. Je komt uit op 2.
Bij -3 – 4 begin je ook bij -3, maar ga je 4 stappen naar links. Je komt uit op -7. Door dit letterlijk te tekenen of met je vinger aan te wijzen, wordt de som veel duidelijker.

Rekenen met negatieve getallen optellen en aftrekken
Bij negatieve getallen optellen en aftrekken draait het vooral om richting. Je kind moet leren of het getal groter of kleiner wordt. De getallenlijn helpt om dit rustig te zien.
Bij optellen ga je meestal naar rechts. Bij aftrekken ga je meestal naar links. Dat klinkt eenvoudig, maar bij negatieve getallen kan het toch verwarrend worden, omdat kinderen het minteken ook als teken van een negatief getal zien.
Een voorbeeld:
-4 + 6 = 2
Je start op -4 en gaat 6 stappen naar rechts. Eerst kom je bij 0 en daarna ga je door naar 2.
Nog een voorbeeld:
2 – 5 = -3
Je start op 2 en gaat 5 stappen naar links. Je komt voorbij 0 en eindigt op -3.
Voorbeelden met optellen en aftrekken
Een paar eenvoudige voorbeeldsommen helpen om het patroon te herkennen:
- -2 + 5 = 3
- -6 + 4 = -2
- 3 – 7 = -4
- -1 – 5 = -6
Laat je kind bij de eerste sommen steeds de getallenlijn gebruiken. Het doel is niet om alles meteen uit het hoofd te doen, maar om te begrijpen wat er gebeurt. Pas als het inzicht sterker wordt, kan je kind sneller gaan rekenen.
Rekenen met negatieve getallen vermenigvuldigen en delen
Vermenigvuldigen en delen met negatieve getallen komt meestal pas aan bod als kinderen de basis beter begrijpen. Hierbij zijn de tekenregels belangrijk. Toch kun je die regels eenvoudig uitleggen.
De belangrijkste regels zijn:
Positief keer positief is positief.
Negatief keer positief is negatief.
Positief keer negatief is negatief.
Negatief keer negatief is positief.
De bekende regel “min keer min is plus” hoort hierbij. Bijvoorbeeld: -3 x -4 = 12. Omdat beide getallen negatief zijn, wordt de uitkomst positief.
Bij delen werkt dit op dezelfde manier. -12 : 3 = -4, maar -12 : -3 = 4. Voor basisschoolkinderen is het vaak genoeg om eerst de basisregel goed te herkennen en daarna pas veel verschillende sommen te oefenen.
Negatieve getallen vergelijken en rangschikken
Negatieve getallen vergelijken is voor veel kinderen lastig. Ze zijn gewend dat 10 groter is dan 2. Maar bij negatieve getallen werkt dat anders als je kijkt naar de plek op de getallenlijn.
Bijvoorbeeld: -10 is kleiner dan -2. Dat komt omdat -10 verder naar links staat. Hoe verder een negatief getal van nul af ligt aan de linkerkant, hoe kleiner het getal is.
Rangschikken helpt om dit inzicht te versterken. Laat je kind bijvoorbeeld deze getallen op volgorde zetten van klein naar groot:
-7, 3, -2, 0, 5, -10
De juiste volgorde is:
-10, -7, -2, 0, 3, 5
Door dit regelmatig te oefenen, leert je kind negatieve en positieve getallen beter plaatsen.

Veelgemaakte fouten bij rekenen met negatieve getallen
Een veelgemaakte fout is dat kinderen het minteken door elkaar halen. Soms betekent het minteken dat een getal negatief is, zoals bij -5. Soms betekent het dat je moet aftrekken, zoals bij 8 – 5.
Ook denken kinderen soms dat -9 groter is dan -4, omdat 9 groter is dan 4. Op de getallenlijn wordt duidelijk dat -9 verder naar links staat en dus kleiner is.
Een andere fout is te snel rekenen zonder eerst te kijken wat er gebeurt. Vooral bij sommen zoals -3 + 8 of 4 – 9 helpt het om rustig te starten op de getallenlijn. Zo ziet je kind of het naar links of naar rechts moet bewegen.
Hoe kun je rekenen met negatieve getallen thuis oefenen?
Begin met concrete voorbeelden. Vraag bijvoorbeeld wat het betekent als de temperatuur van 2 graden naar -3 graden gaat. Of teken een lift die van verdieping 2 naar kelderverdieping -1 gaat. Zulke voorbeelden maken negatieve getallen herkenbaar.
Daarna kun je oefenen met een getallenlijn. Laat je kind eerst getallen aanwijzen, daarna getallen vergelijken en pas daarna sommen maken. Zo bouw je het onderwerp logisch op.
Korte oefenmomenten werken vaak beter dan lang achter elkaar oefenen. Tien minuten per keer is meestal genoeg. Als je kind merkt dat het lukt, groeit het zelfvertrouwen vanzelf mee.
Oefenen met gratis werkbladen voor negatieve getallen
Gratis werkbladen kunnen helpen om rekenen met negatieve getallen rustig te oefenen. Ze geven structuur, omdat je kind steeds een paar gerichte sommen maakt. Dat is vooral handig als je wilt zien welk onderdeel al goed gaat en waar nog extra aandacht nodig is.
Voor dit onderwerp zijn werkbladen met getallenlijnen, optellen en aftrekken met negatieve getallen en getallen vergelijken heel geschikt. Je kind kan eerst rustig oefenen met visuele steun en daarna stap voor stap moeilijkere sommen proberen.
Op oefenboeken.nl kunnen gratis werkbladen een laagdrempelige manier zijn om thuis te starten. Ze zijn vooral handig als je kind extra herhaling nodig heeft of als je als ouder wilt ontdekken waar je kind precies vastloopt.
Download nu onze Gratis werkbladen Rekenen
Meer dan 100.000 ouders oefenen al met ons materiaal en zagen hun kind groeien in zekerheid, tempo en resultaat. Vul hieronder je gegevens in en ontvang de oefenbladen direct als PDF in je mailbox.
Extra oefenen met oefenboeken
Soms is een los werkblad genoeg. Maar als je kind vaker moeite heeft met rekenen, kan een oefenboek meer houvast geven. Een oefenboek biedt meer structuur, herhaling en opbouw van makkelijk naar moeilijk.
Dat is belangrijk bij rekenen met negatieve getallen, omdat het onderwerp voortbouwt op getalbegrip. Kinderen moeten niet alleen de regels kennen, maar ook begrijpen wat ze doen. Door stap voor stap te oefenen, wordt rekenen minder onzeker.
De oefenboeken van oefenboeken.nl kunnen helpen om rekenvaardigheden rustig te versterken. Niet door te haasten, maar door duidelijke uitleg, voldoende herhaling en opdrachten die passen bij het niveau van je kind.
Rekenen met negatieve getallen in groep 7 en groep 8
Rekenen met negatieve getallen past vooral bij de bovenbouw van de basisschool. In groep 7 en groep 8 krijgen kinderen vaker te maken met moeilijkere getallen, grafieken, temperatuurverschillen en rekenopgaven waarbij ze logisch moeten nadenken.
Niet elk kind vindt dit meteen makkelijk. Dat is normaal. Negatieve getallen vragen om een nieuwe manier van kijken naar getallen, vooral omdat “kleiner” en “groter” anders voelen dan bij gewone positieve getallen.
Als je kind in groep 7 of groep 8 moeite heeft met negatieve getallen, is het verstandig om terug te gaan naar de basis. Eerst begrijpen waar negatieve getallen staan, daarna vergelijken en pas daarna rekenen.
Voorbereiden op Leerling in Beeld, Cito en IEP
Negatieve getallen kunnen onderdeel zijn van bredere rekenvaardigheden die belangrijk zijn in de bovenbouw. Denk aan getalbegrip, logisch redeneren, werken met grafieken, temperatuurverschillen en het begrijpen van getallen onder nul. Daarom kan het zinvol zijn om dit onderwerp mee te nemen in de voorbereiding op toetsen zoals Leerling in Beeld, Cito en IEP.
Dat betekent niet dat je kind alleen maar toetsgericht hoeft te oefenen. Juist rustige herhaling helpt om meer vertrouwen te krijgen. Als je kind begrijpt wat negatieve getallen betekenen, kan het ook bij andere rekenopgaven sterker reageren.
De gratis werkbladen en oefenboeken van oefenboeken.nl kunnen hierbij ondersteunen. Werkbladen zijn handig voor korte oefenmomenten, terwijl oefenboeken meer structuur bieden voor kinderen die stap voor stap sterker willen worden in rekenen. Zo kan je kind met meer rust en zelfvertrouwen richting schooltoetsen werken.