Een onbepaald telwoord is een woord dat iets zegt over een aantal of hoeveelheid, zonder precies te noemen hoeveel het er zijn. Denk aan woorden als veel, weinig, enkele, sommige, meerdere, alle en geen.
Voor kinderen op de basisschool kan dit best verwarrend zijn. Ze leren namelijk niet alleen wat telwoorden zijn, maar moeten ze ook herkennen in zinnen. Zeker bij taal, grammatica en woordsoorten is het handig als je kind weet waar het op moet letten.
In dit artikel leggen we rustig uit wat een onbepaald telwoord is, wat het verschil is met een bepaald telwoord en hoe je kind hiermee kan oefenen.

Wat is een onbepaald telwoord?
Een onbepaald telwoord geeft een aantal of hoeveelheid aan, maar niet precies. Je weet dus dat het om meer, minder, alles of niets gaat, maar je krijgt geen exact getal.
Voorbeelden van onbepaalde telwoorden zijn:
veel
weinig
enkele
sommige
meerdere
alle
geen
ieder
elk
verschillende
In de zin Er zitten veel kinderen in de klas is veel een onbepaald telwoord. Je weet dat het om een grote hoeveelheid kinderen gaat, maar je weet niet precies hoeveel kinderen het zijn.
Ook in de zin Sommige leerlingen vinden grammatica lastig is sommige een onbepaald telwoord. Het woord zegt iets over een deel van de leerlingen, maar niet over een exact aantal.
Wat is het verschil tussen een bepaald en onbepaald telwoord?
Het verschil tussen een bepaald en onbepaald telwoord zit vooral in hoe precies het aantal is.
Een bepaald telwoord geeft een exact aantal of een exacte volgorde aan. Denk aan woorden als drie, tien, eerste of vierde. Je weet dan precies om hoeveel het gaat of welke plek iets heeft.
Een onbepaald telwoord is minder precies. Woorden als veel, weinig, enkele en meerdere geven wel een hoeveelheid aan, maar geen vast getal.
Voorbeelden naast elkaar
Bij een bepaald telwoord weet je het aantal precies:
Drie kinderen spelen buiten.
Bij een onbepaald telwoord weet je het aantal niet precies:
Enkele kinderen spelen buiten.
Nog een voorbeeld:
Vijf leerlingen maken de opdracht.
Hier is vijf een bepaald telwoord.
Meerdere leerlingen maken de opdracht.
Hier is meerdere een onbepaald telwoord.
Voor kinderen helpt deze vergelijking vaak goed. Laat je kind steeds vragen: weet ik precies hoeveel het er zijn? Is het antwoord ja, dan is het meestal een bepaald telwoord. Is het antwoord nee, dan kan het een onbepaald telwoord zijn.

Hoe herken je een onbepaald telwoord in een zin?
Een onbepaald telwoord herken je door goed naar de betekenis van het woord te kijken. Het woord zegt iets over een aantal of hoeveelheid, maar geeft geen precies getal.
Je kind kan zichzelf deze vragen stellen:
Gaat dit woord over hoeveel er van iets zijn?
Noemt het woord een precies getal?
Of blijft het aantal juist vaag?
Neem de zin Er liggen weinig boeken op tafel. Het woord weinig zegt iets over de hoeveelheid boeken. Toch weet je niet precies hoeveel boeken er liggen. Daarom is weinig een onbepaald telwoord.
In de zin Alle kinderen mogen meedoen zegt alle iets over de hoeveelheid kinderen. Het gaat om de hele groep, maar er wordt geen exact getal genoemd. Ook dat is een onbepaald telwoord.
Bij taal oefenen op de basisschool is dit soort herkennen belangrijk. Kinderen moeten niet alleen definities leren, maar vooral oefenen met zinnen waarin ze de woordsoort zelf moeten aanwijzen.
Voorbeelden van onbepaalde telwoorden
Hieronder staan veelvoorkomende onbepaalde telwoorden met korte voorbeeldzinnen.
Veel
Veel kinderen oefenen thuis met taal.
Weinig
Er zijn weinig fouten gemaakt.
Enkele
Enkele leerlingen hebben de opdracht al af.
Sommige
Sommige kinderen vinden woordsoorten lastig.
Meerdere
Meerdere antwoorden zijn goed.
Verschillende
Er staan verschillende zinnen op het werkblad.
Alle
Alle leerlingen luisteren naar de uitleg.
Geen
Geen enkel kind had dezelfde vraag.
Ieder
Ieder kind krijgt een eigen schrift.
Elk
Elk antwoord wordt nagekeken.
Deze voorbeelden laten zien dat een onbepaald telwoord niet altijd op een getal lijkt. Juist daarom is oefenen met zinnen zo belangrijk.
Let op woorden die verwarring geven
Woorden als veel, weinig en geen worden door kinderen niet altijd meteen als telwoord herkend. Ze denken bij telwoorden vaak aan cijfers of woorden als twee, acht en tien.
Leg daarom uit dat een telwoord niet altijd een precies getal hoeft te zijn. Het kan ook een woord zijn dat een hoeveelheid aangeeft, zonder dat je exact weet hoeveel het er zijn.
Ook woorden als alle, ieder en elk kunnen verwarrend zijn. Ze noemen geen getal, maar zeggen wel iets over een hoeveelheid of groep.
Onbepaalde telwoorden oefenen met je kind
Onbepaalde telwoorden oefenen hoeft niet ingewikkeld te zijn. Begin met korte, duidelijke zinnen en laat je kind eerst zoeken naar woorden die iets zeggen over een aantal of hoeveelheid.
Een handige oefening is om samen zinnen te lezen en het telwoord te onderstrepen. Daarna vraagt je kind zich af: is het aantal precies of niet precies?
Bijvoorbeeld:
Er zitten zeven appels in de mand.
Zeven is een bepaald telwoord, want je weet het exacte aantal.
Er zitten enkele appels in de mand.
Enkele is een onbepaald telwoord, want je weet niet precies hoeveel appels het zijn.
Je kunt dit ook oefenen met zinnen uit leesboekjes, werkbladen of schoolopdrachten. Door telwoorden steeds in gewone zinnen te herkennen, wordt grammatica minder los en abstract.
Voor veel kinderen werkt kort en regelmatig oefenen beter dan lang achter elkaar. Vijf tot tien minuten per keer kan al genoeg zijn om meer vertrouwen te krijgen.
Veelgemaakte fouten bij onbepaalde telwoorden
Een veelgemaakte fout is dat kinderen alleen zoeken naar cijfers. Ze denken dan dat alleen woorden als vier, twaalf of tweede telwoorden zijn.
Een andere fout is dat kinderen het verschil tussen bepaald en onbepaald lastig vinden. Ze zien wel dat een woord over een hoeveelheid gaat, maar vergeten te kijken of het aantal precies is.
Ook woorden als veel, weinig, sommige en geen worden regelmatig gemist. Deze woorden voelen voor kinderen minder duidelijk als telwoord, omdat ze geen vast getal noemen.
Help je kind daarom steeds terug te gaan naar de betekenis van de zin. Zegt het woord iets over een aantal of hoeveelheid? En weet je precies hoeveel het er zijn? Met die twee vragen komt je kind vaak al een heel eind.

Verzeker je kind van meer vertrouwen met onze oefenboeken
Wil je kind extra oefenen met taal, woordsoorten en grammatica? Dan kunnen de oefenboeken van oefenboeken.nl een fijne ondersteuning zijn.
De boeken bieden duidelijke uitleg, herkenbare opdrachten en voldoende herhaling. Daardoor kan je kind stap voor stap oefenen met onderwerpen zoals telwoorden, spelling, taal en begrijpend lezen.
Ook als je kind zich voorbereidt op Leerling in Beeld, Cito of IEP, kan rustig thuis oefenen helpen. Met onze gratis werkbladen en oefenboeken bouwt je kind meer zekerheid op, zonder dat oefenen zwaar of ingewikkeld hoeft te worden.
Gratis werkbladen voor telwoorden en woordsoorten
Gratis werkbladen zijn een fijne manier om thuis laagdrempelig te oefenen met telwoorden en woordsoorten. Je kind kan op papier zinnen lezen, telwoorden onderstrepen en aangeven of het om een bepaald of onbepaald telwoord gaat.
Voor ouders zijn werkbladen ook handig om te zien wat al goed gaat en waar nog extra uitleg nodig is. Merkt je kind bijvoorbeeld dat woorden als veel of geen lastig zijn? Dan kun je daar gericht nog een paar korte oefeningen mee doen.
Op oefenboeken.nl vind je gratis werkbladen die passen bij taal, spelling en andere basisschoolvaardigheden. Daarmee kun je thuis rustig oefenen op een manier die aansluit bij wat kinderen op school tegenkomen.
Download nu onze Gratis werkbladen taal & spelling
Meer dan 100.000 ouders oefenen al met ons materiaal en zagen hun kind groeien in zekerheid, tempo en resultaat. Vul hieronder je gegevens in en ontvang de oefenbladen direct als PDF in je mailbox.
Oefenboeken voor taal en grammatica
Soms heeft een kind meer nodig dan een losse uitleg of één werkblad. Dan kan een oefenboek helpen om stap voor stap verder te oefenen met taal en grammatica.
In een oefenboek krijgt je kind meer structuur en herhaling. Dat is prettig bij onderwerpen zoals woordsoorten, omdat kinderen vaak meerdere keren moeten oefenen voordat ze het verschil echt goed zien.
Voor onbepaalde telwoorden is die herhaling belangrijk. Je kind leert niet alleen wat het begrip betekent, maar oefent ook met herkennen, toepassen en vergelijken met andere telwoorden.
De oefenboeken van oefenboeken.nl zijn bedoeld om ouders te helpen hun kind thuis rustig te ondersteunen. Zo kan je kind oefenen in een vaste opbouw, zonder dat je als ouder alles zelf hoeft te bedenken.
Onbepaalde telwoorden en voorbereiding op Leerling in Beeld, Cito en IEP
Onbepaalde telwoorden zijn geen groot toetsonderwerp op zichzelf, maar ze horen wel bij taal, grammatica en woordsoorten. Daarom kunnen ze terugkomen in taalopdrachten waarbij kinderen woorden in zinnen moeten herkennen of taalregels moeten toepassen.
Bij toetsen zoals Leerling in Beeld, Cito en IEP wordt vaak gekeken of kinderen taal goed begrijpen en kunnen gebruiken. Woordsoorten kunnen daarbij onderdeel zijn van bredere taalvaardigheid.
Gratis werkbladen en oefenboeken kunnen helpen om dit rustig voor te bereiden. Niet door druk te leggen op je kind, maar door stap voor stap te oefenen met herkenbare opdrachten.
Als je kind vaker oefent met zinnen, telwoorden en andere woordsoorten, groeit meestal ook het zelfvertrouwen. Dat helpt niet alleen bij toetsen, maar ook bij gewone taalopdrachten in de klas.