HomeUitlegBegrijpend lezenVerwijswoorden: uitleg, voorbeelden en oefenen voor je kind

Verwijswoorden: uitleg, voorbeelden en oefenen voor je kind

Verwijswoorden zijn woorden die verwijzen naar iets of iemand die eerder in een zin of tekst is genoemd. Voor veel kinderen is dit best lastig, omdat ze goed moeten terugzoeken wie of wat er precies wordt bedoeld.

Toch zijn verwijswoorden belangrijk. Ze komen veel voor bij taal, begrijpend lezen en schooltoetsen. Als je kind verwijswoorden goed begrijpt, wordt het makkelijker om zinnen en teksten goed te volgen.

In dit artikel lees je wat verwijswoorden zijn, hoe je ze herkent en hoe je kind ermee kan oefenen. Zo kun je thuis op een rustige en praktische manier helpen.

Oefenboeken groep 3 t/m 8 van Oefenboeken.nl

Wat zijn verwijswoorden?

Een verwijswoord is een woord dat verwijst naar een ander woord in de zin of tekst. Dat andere woord is meestal al eerder genoemd. Een verwijswoord voorkomt dat je steeds hetzelfde woord moet herhalen.

Kijk maar naar deze zin:

Lisa pakt haar tas. Ze gaat naar school.

Het woord ze verwijst naar Lisa. In plaats van opnieuw “Lisa gaat naar school” te schrijven, gebruiken we het verwijswoord ze.

Verwijswoorden kunnen verwijzen naar personen, dieren, dingen of groepen. Denk aan woorden zoals hij, zij, het, ze, die, dat, hem, haar, zijn en hun.

Voor kinderen is de belangrijkste vraag steeds: naar wie of wat verwijst dit woord?

Waarom zijn verwijswoorden belangrijk voor kinderen?

Verwijswoorden helpen kinderen om zinnen en teksten beter te begrijpen. Ze zorgen ervoor dat een tekst soepel leest, maar ze vragen ook aandacht. Je kind moet namelijk weten welk woord bij welk verwijswoord hoort.

Bij begrijpend lezen komt dit vaak terug. Een tekst zegt bijvoorbeeld: “De hond rende naar buiten. Hij blafte hard.” Dan moet je kind begrijpen dat hij naar de hond verwijst.

Als een kind dit niet goed ziet, kan de betekenis van de tekst onduidelijk worden. Daarom is oefenen met verwijswoorden niet alleen belangrijk voor taal, maar ook voor begrijpend lezen.

Voor ouders is dit handig om te weten. Wanneer je kind moeite heeft met begrijpend lezen, kan het probleem soms zitten in kleine woorden zoals hij, zij, het, die of dat.

Infographic die laat zien hoe verwijswoorden kinderen helpen bij begrijpend lezen, met voorbeelden zoals hij, zij, die en dat.

Voorbeelden van verwijswoorden in zinnen

Voorbeelden maken verwijswoorden vaak veel duidelijker. Laat je kind steeds zoeken naar het verwijswoord en daarna naar het woord waarnaar het verwijst.

Voorbeeld:

Sam heeft een fiets. Hij zet hem in de schuur.

In deze zin verwijst hij naar Sam. Het woord hem verwijst naar de fiets.

Nog een voorbeeld:

De kinderen maken een opdracht. Ze vinden die best moeilijk.

Hier verwijst ze naar de kinderen. Het woord die verwijst naar de opdracht.

Door zulke voorbeeldzinnen samen hardop te bespreken, leert je kind stap voor stap hoe verwijswoorden werken.

Persoonlijke verwijswoorden

Persoonlijke verwijswoorden verwijzen meestal naar mensen, dieren of groepen. Denk aan woorden zoals ik, jij, hij, zij, wij, jullie en ze.

Bijvoorbeeld:

Noor leest een boek. Zij vindt het spannend.

Het woord zij verwijst naar Noor. Het woord het verwijst naar een boek.

Deze woorden lijken simpel, maar in langere teksten kunnen ze verwarrend worden. Vooral als er meerdere personen in een tekst voorkomen, moet je kind goed opletten naar wie het verwijswoord verwijst.

Verwijswoorden voor dingen, dieren en groepen

Verwijswoorden kunnen ook verwijzen naar dingen, dieren of groepen. Denk aan woorden zoals het, dat, die, zijn, haar en hun.

Bijvoorbeeld:

De klas maakt een poster. Die hangt straks in de gang.

Het woord die verwijst naar de poster.

Bij groepen kan het soms lastiger worden. Je ziet bijvoorbeeld woorden zoals het team, de groep of de klas. Dan moet je kind goed kijken of het verwijswoord naar één geheel verwijst of naar meerdere personen binnen die groep.

Hoe herken je verwijswoorden?

Je kind kan verwijswoorden herkennen door rustig terug te zoeken in de zin of tekst. Een handige vraag is: over wie of wat gaat dit woord?

Neem deze zin:

De poes ligt op de bank. Zij slaapt.

Laat je kind eerst het verwijswoord zoeken. Dat is zij. Daarna vraag je: wie slaapt? Het antwoord is de poes.

Een praktische aanpak is:

  1. Zoek het verwijswoord.
  2. Kijk terug in de zin of tekst.
  3. Vraag: naar wie of wat verwijst dit woord?
  4. Controleer of de zin nog klopt als je het verwijswoord vervangt.

Bijvoorbeeld: “Zij slaapt” wordt dan “De poes slaapt.” Als dat klopt, heeft je kind het juiste woord gevonden.

Deze aanpak werkt goed bij korte zinnen, maar ook bij langere teksten. Begin eenvoudig en bouw langzaam op.

Hoe kies je het juiste verwijswoord?

Het juiste verwijswoord kiezen hangt af van het woord waarnaar je verwijst. Gaat het om een persoon, dier, ding of groep? En gaat het om één of meerdere personen of dingen?

Bijvoorbeeld:

Mila heeft een jas. Zij hangt hem aan de kapstok.

Het woord zij past bij Mila. Het woord hem past bij een jas.

Kinderen maken hier soms fouten in omdat ze vooral naar de klank van de zin luisteren. Daarom helpt het om steeds te vragen: welk woord bedoel je precies?

Enkelvoud of meervoud

Bij enkelvoud gaat het om één persoon, dier of ding. Bij meervoud gaat het om meerdere personen, dieren of dingen.

Voorbeeld enkelvoud:

De jongen rent naar buiten. Hij is blij.

Het woord hij verwijst naar de jongen.

Voorbeeld meervoud:

De kinderen spelen buiten. Ze lachen hard.

Het woord ze verwijst naar de kinderen.

Als je kind twijfelt, laat het dan eerst het woord zoeken waarnaar verwezen wordt. Daarna kan het bepalen of het om één of meerdere personen of dingen gaat.

Die, dat of wat

De woorden die, dat en wat kunnen lastig zijn. Veel kinderen gebruiken ze door elkaar, terwijl ze niet altijd op dezelfde manier worden gebruikt.

Een eenvoudige uitleg is:

Die gebruik je vaak bij de-woorden.
Dat gebruik je vaak bij het-woorden.
Wat gebruik je vaak als je verwijst naar een hele zin of een idee.

Bijvoorbeeld:

De bal die daar ligt, is van mij.
Het boek dat op tafel ligt, is spannend.
Hij kwam te laat, wat vervelend was.

Voor basisschoolkinderen hoeft deze uitleg niet te ingewikkeld te worden. Het belangrijkste is dat ze leren kijken naar het woord waar het verwijswoord bij hoort.

Infographic die stap voor stap laat zien hoe kinderen het juiste verwijswoord kiezen, met voorbeelden van enkelvoud, meervoud en die, dat of wat.

Veelgemaakte fouten met verwijswoorden

Een veelgemaakte fout is dat kinderen niet goed terugzoeken naar het woord waarnaar verwezen wordt. Ze raden dan wie of wat bedoeld wordt, waardoor ze de zin verkeerd begrijpen.

Ook halen kinderen enkelvoud en meervoud soms door elkaar. Ze gebruiken bijvoorbeeld hij terwijl het over meerdere kinderen gaat, of ze terwijl het over één persoon gaat.

Een andere fout is verwarring tussen die en dat. Dat gebeurt vooral bij langere zinnen, omdat kinderen dan het woord waarnaar verwezen wordt uit het oog verliezen.

Bij begrijpend lezen zie je vaak dat kinderen een vraag fout beantwoorden doordat ze het verwijswoord verkeerd koppelen. Daarom is het nuttig om dit onderwerp apart te oefenen.

Verwijswoorden en begrijpend lezen

Verwijswoorden zijn sterk verbonden met begrijpend lezen. In teksten staan vaak meerdere personen, dieren, dingen of gebeurtenissen. Door verwijswoorden te begrijpen, kan je kind de tekst beter volgen.

Bij begrijpend lezen krijgt een kind soms vragen zoals: “Naar wie verwijst hij?” of “Wat wordt bedoeld met dat?” Dan moet je kind niet alleen de zin lezen, maar ook terugzoeken in de tekst.

Dit komt ook terug bij toetsen zoals Leerling in Beeld, Cito en IEP. Daar moeten kinderen regelmatig laten zien dat ze verbanden in een tekst begrijpen. Verwijswoorden zijn daar een belangrijk onderdeel van.

Daarom is oefenen met verwijswoorden een goede manier om taal en begrijpend lezen tegelijk te versterken.

Oefenen met verwijswoorden

Thuis oefenen hoeft niet lang te duren. Korte, gerichte oefeningen werken vaak beter dan een lange oefensessie. Kies bijvoorbeeld een paar zinnen en laat je kind het verwijswoord aanwijzen.

Daarna vraag je: “Naar wie of wat verwijst dit woord?” Laat je kind het antwoord hardop uitleggen. Zo hoor je meteen of je kind de zin echt begrijpt.

Je kunt ook samen een korte tekst lezen. Omcirkel de verwijswoorden en trek een lijntje naar het woord waarnaar ze verwijzen. Dit maakt de opdracht zichtbaar en overzichtelijk.

Een andere oefening is het invullen van het juiste verwijswoord. Bijvoorbeeld:

Daan heeft een hond. ___ heet Max.

Je kind moet dan bedenken welk woord past. In dit geval is dat hij, als het over een mannelijke hond gaat, of die, afhankelijk van de zin die je wilt maken.

Gratis werkbladen begrijpend lezen

Download nu onze Gratis werkbladen begrijpend lezen

Meer dan 100.000 ouders oefenen al met ons materiaal en zagen hun kind groeien in zekerheid, tempo en resultaat. Vul hieronder je gegevens in en ontvang de oefenbladen direct als PDF in je mailbox.

Je gegevens zijn veilig en je kunt je op elk moment afmelden.

Gratis werkbladen voor verwijswoorden

Gratis werkbladen zijn handig om verwijswoorden stap voor stap te oefenen. Ze geven je kind korte opdrachten waarbij het moet zoeken, herkennen en invullen. Dat maakt het onderwerp overzichtelijk.

Op oefenboeken.nl kun je gratis oefenbladen gebruiken om thuis laagdrempelig te starten. Dit is vooral fijn als je eerst wilt ontdekken of je kind verwijswoorden al goed begrijpt of nog extra uitleg nodig heeft.

Werkbladen passen goed bij kinderen die baat hebben bij herhaling. Je kunt één werkblad maken, samen nakijken en daarna kort bespreken welke fouten terugkomen.

Vooral bij taal en begrijpend lezen kunnen zulke oefeningen veel duidelijk maken. Als je kind vaak moeite heeft met vragen over “hij”, “zij”, “die” of “dat”, is gericht oefenen met verwijswoorden een goede eerste stap.

Extra oefenen met oefenboeken

Soms heeft een kind meer nodig dan losse oefeningen. Dan kan een oefenboek helpen, omdat de opdrachten gestructureerd zijn opgebouwd. Je kind oefent dan niet alleen losse zinnen, maar ook taal en begrijpend lezen in samenhang.

De oefenboeken van oefenboeken.nl zijn bedoeld om thuis rustig en doelgericht te oefenen. Ze geven ouders houvast en kinderen duidelijke opdrachten. Dat is vooral prettig als je merkt dat je kind onzeker wordt bij taal of begrijpend lezen.

Een oefenboek helpt om regelmatig te herhalen zonder dat je zelf steeds nieuwe oefeningen hoeft te bedenken. Zo bouwt je kind stap voor stap meer vertrouwen op.

Gebruik de oefenboeken vooral als aanvulling op wat je kind op school leert. Het doel is niet om extra druk te leggen, maar om lastige onderdelen op een rustige manier te versterken.

Verwijswoorden oefenen voor Leerling in Beeld, Cito en IEP

Verwijswoorden kunnen terugkomen in toetsen voor taal en begrijpend lezen. Bij Leerling in Beeld, Cito en IEP moeten kinderen vaak goed begrijpen hoe zinnen en teksten samenhangen. Daarbij is het belangrijk dat ze weten naar wie of wat een verwijswoord verwijst.

Een vraag kan bijvoorbeeld gaan over een woord als hij, ze, die of dat in een tekst. Je kind moet dan terugzoeken en bepalen welk woord of welke persoon bedoeld wordt.

Gratis werkbladen kunnen helpen om dit soort vragen kort en gericht te oefenen. Oefenboeken bieden daarnaast meer structuur en herhaling, waardoor je kind met meer vertrouwen richting toetsen kan werken.

Dat betekent niet dat je kind elke dag lang hoeft te oefenen. Juist regelmatig kort oefenen helpt om de vaardigheid rustig op te bouwen.

Veelgestelde vragen over verwijswoorden

Wat zijn verwijswoorden?
Verwijswoorden zijn woorden die verwijzen naar iets of iemand die eerder in een zin of tekst is genoemd. Voorbeelden zijn hij, zij, het, die, dat, hem en haar. Je kind leert met verwijswoorden beter begrijpen over wie of wat een zin gaat.
Hoe leg je verwijswoorden uit aan een kind?
Leg uit dat een verwijswoord een soort vervangwoord is. In plaats van steeds dezelfde naam of hetzelfde woord te herhalen, gebruik je een kort woord. Laat je kind daarna steeds vragen: naar wie of wat verwijst dit woord?
Welke verwijswoorden zijn er?
Veelgebruikte verwijswoorden zijn hij, zij, het, ze, die, dat, hem, haar, zijn, hun en hen. Sommige verwijswoorden verwijzen naar personen, andere naar dieren, dingen of groepen. Het belangrijkste is dat je kind leert kijken naar het woord waarnaar verwezen wordt.
Hoe herkent mijn kind een verwijswoord?
Je kind kan een verwijswoord herkennen door te zoeken naar woorden die verwijzen naar iets wat al eerder genoemd is. Laat je kind het verwijswoord aanwijzen en daarna terugzoeken in de zin of tekst. Als het verwijswoord vervangen kan worden door het bedoelde woord, klopt de verwijzing meestal.
Waarom zijn verwijswoorden belangrijk bij begrijpend lezen?
Bij begrijpend lezen moet je kind precies begrijpen wie of wat er in een tekst wordt bedoeld. Als een kind een verwijswoord verkeerd koppelt, kan de betekenis van de tekst veranderen. Daarom helpen verwijswoorden bij het beter volgen en begrijpen van teksten.
Hoe kan mijn kind verwijswoorden oefenen?
Je kind kan oefenen door in zinnen het verwijswoord te zoeken en daarna te bepalen waar het naar verwijst. Gratis werkbladen zijn handig voor korte oefeningen. Met oefenboeken kan je kind daarnaast gestructureerd blijven oefenen met taal en begrijpend lezen.
Gratis werkbladen taal en spelling

Download nu onze Gratis werkbladen taal & spelling

Meer dan 100.000 ouders oefenen al met ons materiaal en zagen hun kind groeien in zekerheid, tempo en resultaat. Vul hieronder je gegevens in en ontvang de oefenbladen direct als PDF in je mailbox.

Gratis werkbladen begrijpend lezen

Download nu onze Gratis werkbladen begrijpend lezen

Meer dan 100.000 ouders oefenen al met ons materiaal en zagen hun kind groeien in zekerheid, tempo en resultaat. Vul hieronder je gegevens in en ontvang de oefenbladen direct als PDF in je mailbox.

Gerelateerde berichten

Nevenschikkende voegwoorden uitleg, voorbeelden en oefenen

Nevenschikkende voegwoorden uitleg, voorbeelden en oefenen

Klankgroepenwoord: uitleg, voorbeelden en oefenen voor je kind

Klankgroepenwoord: uitleg, voorbeelden en oefenen voor je kind

Leesteken oefenen en uitleg voor basisschoolkinderen

Leesteken oefenen en uitleg voor basisschoolkinderen

Plaats een reactie