Veel kinderen krijgen op de basisschool te maken met ’t ex-kofschip. Voor ouders kan deze spellingregel soms wat verwarrend zijn, zeker als je vroeger zelf vooral ’t kofschip hebt geleerd. Toch is de bedoeling eenvoudig: de regel helpt kinderen bepalen of een werkwoord eindigt op een d of een t.
Vooral bij werkwoordspelling in groep 6, groep 7 en groep 8 komt deze regel vaak terug. Kinderen gebruiken ’t ex-kofschip bij de verleden tijd en bij het voltooid deelwoord. Denk aan woorden als werkte, maakte, verhuisde en geleerd.
In dit artikel leggen we rustig uit wat ’t ex-kofschip is, wanneer je de regel gebruikt en hoe je kind ermee kan oefenen. Zo kun je thuis op een praktische manier helpen, zonder dat het ingewikkeld hoeft te worden.

Wat is ’t ex-kofschip?
’t Ex-kofschip is een hulpmiddel bij werkwoordspelling. Met deze regel kan je kind bepalen of een werkwoord in de verleden tijd of als voltooid deelwoord een d of een t krijgt.
De letters in ’t ex-kofschip zijn belangrijk. Als de stam van een werkwoord eindigt op een van deze medeklinkers, krijgt het werkwoord meestal een t in de verleden tijd of bij het voltooid deelwoord.
De letters zijn:
t, x, k, f, s, ch, p
Een voorbeeld is het werkwoord werken. De stam is werk. De laatste letter is k. Omdat de k in ’t ex-kofschip zit, schrijf je werkte en gewerkt.
Veel ouders kennen nog de oudere vorm ’t kofschip. Tegenwoordig wordt vaak ’t ex-kofschip of ’t kofschip x gebruikt, omdat de letter x is toegevoegd. De basis blijft hetzelfde: de regel helpt bij de keuze tussen d en t.
Wanneer gebruik je ’t ex-kofschip?
Je gebruikt ’t ex-kofschip vooral bij zwakke werkwoorden. Dat zijn werkwoorden die in de verleden tijd een vaste uitgang krijgen, zoals te, ten, de of den.
De regel helpt dus niet bij alle werkwoorden. Bij sterke werkwoorden verandert de klank van het werkwoord vaak. Denk aan lopen, liep, gelopen. Daar gebruik je ’t ex-kofschip niet op dezelfde manier.
Voor kinderen is dit onderscheid belangrijk. Ze moeten eerst herkennen met wat voor soort werkwoord ze te maken hebben. Daarna kunnen ze de spellingregel goed toepassen.
Bij de verleden tijd
Bij de verleden tijd kijkt je kind naar de stam van het werkwoord. De stam vind je meestal door ik voor het werkwoord te zetten.
Bijvoorbeeld:
werken wordt ik werk. De stam is werk. De laatste letter is k. Omdat k in ’t ex-kofschip zit, schrijf je werkte.
Een ander voorbeeld is verhuizen. De stam is verhuis. De laatste letter is s. Omdat s in ’t ex-kofschip zit, schrijf je verhuisde? Hier ontstaat vaak verwarring, want bij verhuizen moet je kijken naar de stam zoals die klinkt en hoort bij het hele werkwoord. Daarom is het belangrijk om kinderen niet alleen losse trucjes te leren, maar ook veel voorbeelden te laten oefenen.
Bij veel werkwoorden werkt de regel duidelijk. Denk aan maken, ik maak, maakte. Of fietsen, ik fiets, fietste.
Bij het voltooid deelwoord
’t Ex-kofschip helpt ook bij het voltooid deelwoord. Een voltooid deelwoord gebruik je vaak met woorden als heb, ben of is.
Bijvoorbeeld:
Ik heb gewerkt.
Ik heb gemaakt.
Hij heeft gefietst.
Bij werken is de stam werk. De k zit in ’t ex-kofschip, dus je schrijft gewerkt met een t. Bij leren is de stam leer. De r zit niet in ’t ex-kofschip, dus je schrijft geleerd met een d.
Voor kinderen is dit vaak lastig, omdat je de laatste letter niet altijd duidelijk hoort. Door de stappen rustig te oefenen, leren ze beter zien waarom een woord met d of t wordt geschreven.

Hoe werkt ’t ex-kofschip stap voor stap?
De regel wordt duidelijker als je kind steeds dezelfde stappen volgt. Dat geeft houvast en voorkomt gokken.
Eerst zoekt je kind het hele werkwoord. Daarna haalt je kind de en van het werkwoord af. Vervolgens kijkt je kind naar de laatste letter van de stam. Zit die letter in ’t ex-kofschip, dan gebruik je meestal een t. Zit die letter er niet in, dan gebruik je meestal een d.
Dit klinkt misschien wat technisch, maar met een paar voorbeelden wordt het snel duidelijker.
Eenvoudig stappenplan
Een handig stappenplan voor thuis is:
- Kijk naar het hele werkwoord
- Haal en van het werkwoord af
- Kijk naar de laatste letter van de stam
- Controleer of deze letter in ’t ex-kofschip staat
- Kies daarna voor t of d
Voorbeeld met maken:
Het hele werkwoord is maken. De stam is maak. De laatste letter is k. De k zit in ’t ex-kofschip. Daarom schrijf je maakte en gemaakt.
Voorbeeld met leren:
Het hele werkwoord is leren. De stam is leer. De laatste letter is r. De r zit niet in ’t ex-kofschip. Daarom schrijf je leerde en geleerd.
Door deze stappen hardop te doen, begrijpt je kind beter wat er gebeurt. Vooral kinderen die snel twijfelen tussen d en t hebben baat bij een vaste aanpak.
Waarom is er een extra x bij ’t ex-kofschip?
Vroeger leerden veel ouders de regel als ’t kofschip. Tegenwoordig wordt vaak ’t ex-kofschip gebruikt. De x is toegevoegd omdat werkwoorden waarvan de stam eindigt op een x ook vaak een t krijgen.
Denk bijvoorbeeld aan faxen. De stam is fax. De laatste letter is x. Omdat de x in ’t ex-kofschip staat, schrijf je faxte en gefaxt.
Voor basisschoolkinderen is het vooral belangrijk dat ze weten welke letters bij de regel horen. De naam van de regel kan verschillen, maar de gedachte erachter blijft hetzelfde. Je kind kijkt naar de laatste letter van de stam en bepaalt daarna of er een d of t nodig is.
Als je zelf vroeger alleen ’t kofschip hebt geleerd, is het dus niet vreemd dat ’t ex-kofschip nieuw klinkt. Het is eigenlijk een uitgebreidere versie van dezelfde spellingregel.
Voorbeelden van ’t ex-kofschip in de praktijk
Voorbeelden maken de regel vaak veel duidelijker dan alleen uitleg. Kinderen leren spelling meestal het beste door eerst te begrijpen wat ze doen en daarna veel korte oefeningen te maken.
Hieronder zie je hoe ’t ex-kofschip werkt bij werkwoorden die een t krijgen en bij werkwoorden die een d krijgen.
Voorbeelden met een t
Bij deze werkwoorden eindigt de stam op een letter uit ’t ex-kofschip:
maken
Stam: maak
Laatste letter: k
Verleden tijd: maakte
Voltooid deelwoord: gemaakt
fietsen
Stam: fiets
Laatste letter: s
Verleden tijd: fietste
Voltooid deelwoord: gefietst
werken
Stam: werk
Laatste letter: k
Verleden tijd: werkte
Voltooid deelwoord: gewerkt
passen
Stam: pas
Laatste letter: s
Verleden tijd: paste
Voltooid deelwoord: gepast
In al deze voorbeelden zit de laatste letter van de stam in ’t ex-kofschip. Daarom gebruik je een t.
Voorbeelden met een d
Bij deze werkwoorden eindigt de stam niet op een letter uit ’t ex-kofschip:
leren
Stam: leer
Laatste letter: r
Verleden tijd: leerde
Voltooid deelwoord: geleerd
spelen
Stam: speel
Laatste letter: l
Verleden tijd: speelde
Voltooid deelwoord: gespeeld
horen
Stam: hoor
Laatste letter: r
Verleden tijd: hoorde
Voltooid deelwoord: gehoord
bouwen
Stam: bouw
Laatste letter: w
Verleden tijd: bouwde
Voltooid deelwoord: gebouwd
Hier zie je dat de laatste letter van de stam niet in ’t ex-kofschip staat. Daarom krijgt het werkwoord een d.
Veelgemaakte fouten bij ’t ex-kofschip
Een veelgemaakte fout is dat kinderen naar de laatste letter van het hele werkwoord kijken in plaats van naar de stam. Bij maken kijken ze dan naar de n, terwijl ze eigenlijk naar maak moeten kijken. De laatste letter van de stam is k.
Ook passen kinderen de regel soms toe bij sterke werkwoorden. Dat gaat vaak mis. Bij lopen schrijf je niet loopte, maar liep. Daarom is het belangrijk dat kinderen leren dat ’t ex-kofschip vooral helpt bij zwakke werkwoorden.
Daarnaast twijfelen veel kinderen bij woorden waarbij je de d of t niet duidelijk hoort. Bij geleerd hoor je aan het einde bijna hetzelfde als bij gewerkt. Toch schrijf je het ene woord met d en het andere met t. De stam geeft dan de juiste aanwijzing.
Nog een fout is dat kinderen de regel te snel willen toepassen. Ze slaan stappen over en gokken op gevoel. Een vast stappenplan helpt om rustiger te werken en minder fouten te maken.

’t Ex-kofschip oefenen met je kind
Thuis oefenen hoeft niet lang te duren. Korte oefenmomenten van tien minuten zijn vaak al genoeg om de regel beter te laten beklijven. Het belangrijkste is dat je kind steeds dezelfde stappen oefent.
Begin met een paar eenvoudige werkwoorden, zoals maken, werken, leren en spelen. Laat je kind eerst de stam opschrijven. Daarna kijkt je kind naar de laatste letter en bepaalt het of er een d of t nodig is.
Je kunt de regel ook hardop oefenen. Vraag bijvoorbeeld: wat is het hele werkwoord? Wat is de stam? Zit de laatste letter in ’t ex-kofschip? Wat schrijf je dan?
Op oefenboeken.nl kunnen ouders gratis werkbladen gebruiken om spelling en werkwoordspelling thuis extra te oefenen. Dat is handig als je kind de uitleg wel begrijpt, maar nog meer herhaling nodig heeft om de regel zelfstandig toe te passen.
Gratis werkbladen zijn vooral geschikt om laagdrempelig te starten. Je ziet snel waar je kind nog twijfelt en welke stappen extra aandacht nodig hebben.
Extra oefenen met werkwoordspelling in groep 6, 7 en 8
In groep 6, groep 7 en groep 8 wordt werkwoordspelling steeds belangrijker. Kinderen moeten niet alleen weten wat de regel is, maar deze ook zelfstandig kunnen toepassen in zinnen en dictees.
Dat vraagt oefening. Vooral bij d of t, verleden tijd en voltooid deelwoord maken veel kinderen fouten. Niet omdat ze de regel nooit hebben geleerd, maar omdat ze de stappen nog niet automatisch toepassen.
Oefenboeken kunnen hierbij helpen, omdat ze meer structuur en opbouw bieden dan losse oefeningen. Je kind oefent stap voor stap met taal en spelling, waardoor de regels vaker terugkomen en beter blijven hangen.
Voor ouders is dat prettig, omdat je niet zelf steeds nieuwe oefeningen hoeft te bedenken. Je kind kan rustig oefenen met duidelijke opdrachten die passen bij het niveau van de bovenbouw.
Download nu onze Gratis werkbladen taal & spelling
Meer dan 100.000 ouders oefenen al met ons materiaal en zagen hun kind groeien in zekerheid, tempo en resultaat. Vul hieronder je gegevens in en ontvang de oefenbladen direct als PDF in je mailbox.
Voorbereiden op spellingtoetsen zoals Leerling in Beeld, Cito en IEP
Werkwoordspelling kan terugkomen bij taal en spelling op school. Ook bij toetsen zoals Leerling in Beeld, Cito en IEP is het belangrijk dat kinderen spellingregels goed begrijpen en kunnen toepassen.
Dat betekent niet dat je kind alleen maar voor toetsen moet oefenen. Het doel is vooral dat je kind zekerder wordt in taal. Als de basis goed zit, voelt een toets vaak minder spannend.
Bij ’t ex-kofschip gaat het om inzicht en herhaling. Je kind moet leren wanneer de regel geldt, hoe de stam wordt gevonden en waarom een woord eindigt op d of t. Dat zijn vaardigheden die ook buiten een toets belangrijk blijven.
De gratis werkbladen en oefenboeken van oefenboeken.nl kunnen hierbij ondersteunen. Ze helpen kinderen om thuis in alle rust te oefenen, waardoor ze met meer vertrouwen aan spellingopgaven kunnen beginnen.
Verzeker je kind van meer vertrouwen met onze oefenboeken
Als je merkt dat je kind vaak twijfelt bij werkwoordspelling, kan extra oefenen veel rust geven. Vooral bij regels zoals ’t ex-kofschip helpt herhaling om de stappen beter te onthouden.
De oefenboeken van oefenboeken.nl zijn gemaakt om kinderen thuis op een duidelijke en gestructureerde manier te ondersteunen. Je kind oefent met taal, spelling en andere belangrijke onderdelen die op school terugkomen.
Zo kan je kind stap voor stap werken aan meer zekerheid. Niet door lang en zwaar te oefenen, maar door regelmatig korte opdrachten te maken die passen bij het niveau van de basisschool.
Voor ouders is dat een fijne manier om thuis te helpen, zonder alles zelf te hoeven uitleggen of uitzoeken.