Schrijf je maanden met een hoofdletter of juist met een kleine letter? Veel kinderen twijfelen hierover, en ouders soms ook. Dat is begrijpelijk, want in het Engels schrijf je maanden wél met een hoofdletter. In het Nederlands werkt dat anders.
In het Nederlands schrijf je maanden normaal gesproken met een kleine letter. Je schrijft dus januari, februari, maart en december zonder hoofdletter, behalve als de maand aan het begin van een zin staat. In dit artikel leggen we de regel rustig uit, met voorbeelden die je thuis makkelijk met je kind kunt bespreken.

Maanden met een hoofdletter of niet?
Maanden schrijf je in het Nederlands bijna altijd met een kleine letter. Het is dus niet Januari, Februari of Maart, maar januari, februari en maart. Dat geldt voor alle maanden van het jaar.
Een goede zin is bijvoorbeeld:
Mijn verjaardag is in april.
De maand april staat midden in de zin en krijgt daarom geen hoofdletter. Alleen het eerste woord van de zin begint met een hoofdletter. Voor kinderen is dit vaak de makkelijkste regel om te onthouden: maanden zijn in het Nederlands gewone woorden en krijgen meestal geen hoofdletter.
Waarom schrijf je maanden zonder hoofdletter?
Maandnamen zijn in het Nederlands geen eigennamen. Een eigennaam is bijvoorbeeld de naam van een persoon, plaats, school of land. Denk aan Sara, Amsterdam, Nederland of basisschool De Regenboog.
Maanden zijn namen van perioden in het jaar, maar ze worden in de Nederlandse spelling niet als eigennamen geschreven. Daarom krijgen ze geen hoofdletter. Je schrijft dus: in mei gaan we op schoolreisje, en niet: in Mei gaan we op schoolreisje.
Voor kinderen helpt het vaak om de regel simpel te maken. Namen van mensen en plaatsen krijgen een hoofdletter. Maanden en dagen van de week meestal niet.

Wanneer krijgt een maand wél een hoofdletter?
Er zijn situaties waarin een maand toch met een hoofdletter begint. Dat heeft dan meestal niet met de maand zelf te maken, maar met de plek van het woord in de zin. Vooral het begin van een zin is belangrijk.
Ook in titels, koppen of namen kan een maand soms met een hoofdletter worden geschreven. Dat komt minder vaak voor, maar het is goed om deze uitzondering kort uit te leggen.
Aan het begin van een zin
Een maand krijgt een hoofdletter als de maand aan het begin van een zin staat. Dat komt omdat elk eerste woord van een zin met een hoofdletter begint.
Goed voorbeeld:
April is vaak een maand met wisselvallig weer.
Hier krijgt april een hoofdletter, omdat het woord aan het begin van de zin staat. Staat april midden in de zin, dan schrijf je het met een kleine letter: In april is het vaak wisselvallig weer.
In titels, koppen of namen
Soms zie je een maand met een hoofdletter in een titel, kop of speciale naam. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren op een poster, in een agenda of in een schoolkrant. Vaak is dat een keuze in de vormgeving of hoort de maand bij een officiële naam.
Voor gewone zinnen blijft de basisregel hetzelfde. Maanden krijgen in het Nederlands geen hoofdletter, behalve aan het begin van een zin. Voor basisschoolkinderen is het vooral belangrijk dat ze deze basisregel goed begrijpen en kunnen toepassen.
Voorbeelden van maanden met en zonder hoofdletter
Voor kinderen werkt spelling vaak beter met duidelijke voorbeelden. Hieronder zie je hoe maanden meestal geschreven worden.
Goed:
In januari begint het nieuwe jaar.
Wij gaan in maart naar de kinderboerderij.
Mijn broertje is jarig in september.
December is een drukke maand.
Niet goed:
In Januari begint het nieuwe jaar.
Wij gaan in Maart naar de kinderboerderij.
Mijn broertje is jarig in September.
In de laatste goede voorbeeldzin krijgt December een hoofdletter, omdat het woord aan het begin van de zin staat. In de andere zinnen staan de maanden midden in de zin. Dan schrijf je ze met een kleine letter.
Je kunt dit thuis oefenen door je kind zelf zinnen te laten maken met verschillende maanden. Laat je kind daarna controleren of de maand aan het begin van de zin staat of midden in de zin.
Dagen en maanden met een hoofdletter
Niet alleen maanden, maar ook dagen van de week schrijf je in het Nederlands met een kleine letter. Je schrijft dus maandag, dinsdag, woensdag en zondag zonder hoofdletter. Dit lijkt op de regel voor maanden.
Goede voorbeelden zijn:
Op maandag heb ik gym.
In juni gaan we op vakantie.
Vrijdag is mijn favoriete dag.
In de laatste zin krijgt vrijdag een hoofdletter, omdat het woord aan het begin van de zin staat. Staat vrijdag midden in de zin, dan schrijf je het met een kleine letter: Ik heb op vrijdag zwemles.
Veel kinderen halen de regels door elkaar, vooral als ze ook Engelse woorden zien. In het Engels schrijf je Monday en January met een hoofdletter. In het Nederlands doe je dat meestal niet.

Veelgemaakte fouten bij maandnamen
Een veelgemaakte fout is dat kinderen maanden met een hoofdletter schrijven omdat ze denken dat het namen zijn. Dat is logisch gedacht, maar volgens de Nederlandse spelling klopt het niet. Maanden zijn geen eigennamen zoals de naam van een kind of stad.
Een andere fout ontstaat door Engels. Kinderen zien online of in boeken soms January, March of December met een hoofdletter. Daardoor denken ze dat januari, maart en december in het Nederlands ook een hoofdletter moeten krijgen.
Ook bij schoolopdrachten kan verwarring ontstaan. Op werkbladen staan maandnamen soms in een titel of aan het begin van een zin. Daardoor lijkt het alsof de maand altijd met een hoofdletter moet, terwijl dat niet zo is. Het helpt om steeds naar de plek van het woord in de zin te kijken.
Zo help je je kind maandnamen goed schrijven
Je kunt je kind helpen door de regel klein en overzichtelijk te houden. Zeg bijvoorbeeld: maanden schrijf je met een kleine letter, behalve aan het begin van een zin. Dat is vaak duidelijker dan een lange uitleg over alle hoofdletterregels tegelijk.
Laat je kind daarna korte zinnen maken met maanden. Begin met zinnen waarin de maand midden in de zin staat. Daarna kun je oefenen met zinnen waarin de maand juist aan het begin staat.
Bijvoorbeeld:
Ik ben jarig in oktober.
Oktober is mijn lievelingsmaand.
Zo ziet je kind direct waarom oktober de ene keer klein en de andere keer met een hoofdletter wordt geschreven. Korte oefeningen werken vaak beter dan lange opdrachten, zeker als je kind nog onzeker is met spelling.
Download nu onze Gratis werkbladen taal & spelling
Meer dan 100.000 ouders oefenen al met ons materiaal en zagen hun kind groeien in zekerheid, tempo en resultaat. Vul hieronder je gegevens in en ontvang de oefenbladen direct als PDF in je mailbox.
Oefenen met hoofdletters en maandnamen
Als je kind twijfelt over maanden met een hoofdletter, is extra oefenen met hoofdletters en kleine letters vaak zinvol. Het gaat dan niet alleen om maandnamen, maar ook om het herkennen van het begin van een zin en het verschil tussen gewone woorden en eigennamen.
Op oefenboeken.nl vind je gratis werkbladen waarmee kinderen thuis op een rustige manier kunnen oefenen met taal en spelling. Zulke werkbladen kunnen helpen om de regel niet alleen te begrijpen, maar ook toe te passen in zinnen. Vooral herhaling is belangrijk, omdat kinderen spellingregels vaak pas echt onthouden als ze ze vaker gebruiken.
Je kunt de werkbladen gebruiken als korte oefenmomenten. Tien minuten oefenen is vaak al genoeg om een regel weer even op te frissen. Houd het positief en bespreek samen waarom een woord wel of geen hoofdletter krijgt.
Extra oefenen met taal en spelling
Sommige kinderen hebben aan één uitleg genoeg. Andere kinderen hebben meer herhaling nodig voordat spellingregels vanzelf goed gaan. Dat is heel normaal, zeker bij regels rond hoofdletters, leestekens, dagen en maanden.
De oefenboeken van oefenboeken.nl kunnen hierbij helpen. Ze geven kinderen de mogelijkheid om stap voor stap te oefenen met taal, spelling en andere basisschoolvaardigheden. De uitleg is overzichtelijk en de opdrachten sluiten aan bij wat kinderen op school leren.
Voor ouders is dat prettig, omdat je niet steeds zelf nieuwe oefeningen hoeft te bedenken. Je kind kan in alle rust oefenen en krijgt meer vertrouwen in opdrachten waarbij spelling en taalregels belangrijk zijn.
Voorbereiden op taalopdrachten van Leerling in Beeld, Cito en IEP
Hoofdlettergebruik kan terugkomen in taalopdrachten op school. Kinderen moeten dan bijvoorbeeld zinnen verbeteren, fouten herkennen of de juiste schrijfwijze kiezen. Regels over maanden, dagen en hoofdletters passen dus bij de bredere taalvaardigheid die op de basisschool wordt geoefend.
Bij toetsen en observaties zoals Leerling in Beeld, Cito en IEP gaat het niet alleen om één losse regel. Het gaat er vooral om dat kinderen taalregels begrijpen en zelfstandig kunnen toepassen. Gratis werkbladen en oefenboeken kunnen helpen om dit soort onderdelen rustig te herhalen.
Door regelmatig kort te oefenen, krijgt je kind meer zekerheid. Dat kan helpen om met meer vertrouwen aan taalopdrachten te beginnen, zowel in de klas als tijdens toetsmomenten.