HomeUitlegGroep 7OntledenAanwijzende voornaamwoorden uitgelegd voor ouders en kinderen

Aanwijzende voornaamwoorden uitgelegd voor ouders en kinderen

Aanwijzende voornaamwoorden lijken op het eerste gezicht een klein onderdeel van taal, maar voor veel kinderen zijn ze toch best lastig. Woorden als dit, dat, deze en die komen vaak voor, maar het juiste gebruik vraagt om taalgevoel, inzicht en oefening. Daarom zoeken veel ouders naar duidelijke uitleg over aanwijzende voornaamwoorden en naar manieren om hun kind hier thuis rustig bij te helpen.

In dit artikel leest u wat aanwijzende voornaamwoorden zijn, wanneer uw kind welk woord gebruikt en hoe u samen kunt oefenen. We houden de uitleg praktisch en eenvoudig, zodat u snel begrijpt waar het om gaat en waar uw kind mogelijk op vastloopt.

Oefenboeken groep 3 t/m 8 van Oefenboeken.nl

Wat zijn aanwijzende voornaamwoorden?

Aanwijzende voornaamwoorden zijn woorden die iets aanwijzen. Ze laten zien over welk ding, persoon of onderwerp het gaat. In het Nederlands gaat het vooral om dit, dat, deze en die.

Een kind gebruikt deze woorden vaak al vanzelf in het dagelijks spreken. Toch is het iets anders om ze ook bewust te herkennen en goed toe te passen in een zin. Juist daar ontstaat op school vaak verwarring.

Bijvoorbeeld in de zin: Deze tas is zwaar wijst het woord deze aan over welke tas het gaat. In de zin: Dat is mijn boek wijst dat iets aan zonder dat het zelfstandig naamwoord er direct achter staat.

Welke aanwijzende voornaamwoorden zijn er?

De bekendste aanwijzende voornaamwoorden zijn dit, dat, deze en die. Dit zijn ook de vormen waar kinderen op de basisschool het meest mee oefenen. Het is dus vooral belangrijk dat uw kind deze woorden goed leert herkennen en gebruiken.

Voor ouders helpt het om eerst klein te beginnen. U hoeft niet alle grammaticaregels tegelijk uit te leggen. Als uw kind begrijpt dat deze woorden iets aanwijzen, is de basis al gelegd.

Dit, dat, deze en die uitgelegd

Dit en dat horen meestal bij het woorden die een het woord zijn. Deze en die horen meestal bij woorden die een de woord zijn. Dat is voor veel kinderen de eerste houvast.

Een paar simpele voorbeelden maken het vaak meteen duidelijk. U zegt bijvoorbeeld: dit boek en dat huis, maar deze tafel en die jas. Door zulke voorbeelden hardop te oefenen, gaat een kind het verschil sneller voelen.

Infographic over aanwijzende voornaamwoorden met uitleg over dit, dat, deze en die, inclusief eenvoudige voorbeelden voor kinderen.

Wanneer gebruik je dit, dat, deze of die?

Bij aanwijzende voornaamwoorden draait het vaak om twee dingen. Is het een de woord of een het woord, en gaat het om iets dichtbij of iets verder weg. Als een kind die twee stappen leert gebruiken, wordt veel sneller duidelijk welk woord past.

Toch is dit precies het punt waar veel kinderen twijfelen. Ze weten soms wel wat het goede antwoord is als ze het horen, maar vinden het moeilijk om het zelf toe te passen in een zin.

De woord of het woord

Dit en dat gebruikt uw kind meestal bij het woorden. Deze en die gebruikt uw kind meestal bij de woorden. Dat klinkt simpel, maar in de praktijk gaat het vaak mis omdat kinderen niet altijd zeker weten of een woord een de woord of een het woord is.

Daarom helpt het om niet alleen aanwijzende voornaamwoorden te oefenen, maar ook het lidwoord erbij te noemen. Zeg samen bijvoorbeeld: het boek, dit boek en de stoel, deze stoel. Zo ziet uw kind sneller het verband.

Dichtbij en verder weg

Ook afstand speelt een rol. Bij iets dat dichtbij is, gebruikt uw kind vaak dit of deze. Bij iets dat verder weg is, gebruikt uw kind vaak dat of die.

Dat kunt u heel makkelijk thuis oefenen. Wijs iets aan dat dichtbij ligt en zeg: dit potlood of deze beker. Wijs daarna iets verderop aan en zeg: dat raam of die deur. Door het letterlijk te zien, wordt de regel veel begrijpelijker.

Hoe herken je een aanwijzend voornaamwoord in een zin?

Veel kinderen vinden herkennen moeilijker dan gebruiken. Ze kunnen best zeggen deze jas, maar weten bij een taaloefening niet altijd dat deze een aanwijzend voornaamwoord is. Dat is heel normaal.

Een goede eerste vraag is: wijst dit woord iets aan? Als het antwoord ja is, dan is de kans groot dat het om een aanwijzend voornaamwoord gaat. Kijk daarna samen naar het woord dat erbij hoort of naar wat er precies wordt aangewezen.

U kunt ook zinnen vergelijken. In Die hond blaft hard wijst die aan over welke hond het gaat. In Hij blaft hard is hij geen aanwijzend voornaamwoord, maar een persoonlijk voornaamwoord. Door zulke verschillen rustig naast elkaar te zetten, leert een kind beter kijken.

Nog een praktische tip is om de zin hardop te lezen. Vaak hoort een kind dan sneller welk woord iets aanwijst. Dat maakt ontleden en woordsoorten herkennen meestal makkelijker.

Zelfstandig en niet zelfstandig gebruik van aanwijzende voornaamwoorden

Aanwijzende voornaamwoorden kunnen zelfstandig en niet zelfstandig gebruikt worden. Dat klinkt lastiger dan het is. Met een paar korte voorbeelden wordt het meestal snel duidelijk.

Bij niet zelfstandig gebruik staat het aanwijzende voornaamwoord voor een zelfstandig naamwoord. In deze trui is warm hoort deze bij trui. Het woord staat dus niet alleen.

Bij zelfstandig gebruik staat het aanwijzende voornaamwoord op zichzelf. In deze is warm is het woord trui weggelaten, maar u begrijpt nog steeds wat bedoeld wordt. Voor veel kinderen is dit een belangrijke stap, omdat ze leren dat hetzelfde woord soms met en soms zonder zelfstandig naamwoord gebruikt wordt.

Deze uitleg is vooral nuttig in de hogere groepen van de basisschool. Zeker bij taal, woordsoorten en ontleden kan dit verschil terugkomen.

Voorbeelden van aanwijzende voornaamwoorden in zinnen

Voorbeeldzinnen helpen kinderen om de uitleg beter te begrijpen. Ze zien dan niet alleen de regel, maar ook hoe het in gewone taal werkt. Dat maakt onthouden makkelijker.

Denk bijvoorbeeld aan deze zinnen:

Dit schrift is van mij.
Dat huis staat aan de overkant.
Deze schoenen zijn nieuw.
Die jongen zit in groep 7.

U kunt daarna samen vragen stellen zoals: welk woord wijst iets aan, staat het woord bij een de woord of een het woord, en is het dichtbij of verder weg? Door steeds naar dezelfde punten te kijken, ontstaat meer rust en overzicht.

Ook contrast werkt goed. Zet bijvoorbeeld dit boek naast deze tafel en dat raam naast die stoel. Dan ziet uw kind sneller waarom het ene woord wel past en het andere niet.

Infographic met voorbeelden van aanwijzende voornaamwoorden in zinnen, zoals dit, dat, deze en die, inclusief eenvoudige uitleg en herkenbare voorbeelden voor kinderen.

Aanwijzende voornaamwoorden oefenen thuis

Thuis oefenen hoeft niet lang te duren om toch effect te hebben. Vaak is vijf tot tien minuten al genoeg, zolang u regelmatig oefent en het overzichtelijk houdt. Korte herhaling werkt meestal beter dan één lange oefensessie.

Een fijne manier is om aanwijzende voornaamwoorden te koppelen aan spullen in huis. Wijs samen dingen aan en laat uw kind zeggen: dit bord, deze stoel, dat boek of die tas. Daarna kunt u rollen omdraaien en laat u uw kind zelf aanwijzen en uitleggen waarom een woord past.

Ook zinnen invullen helpt goed. U noemt bijvoorbeeld een woord en uw kind vult het juiste aanwijzende voornaamwoord in. Bij boek kiest uw kind dan dit of dat, en bij tafel deze of die.

Merkt u dat uw kind blijft twijfelen, houd het dan eenvoudig. Kies eerst alleen oefeningen met dit en deze, en voeg dat en die later toe. Zo voorkomt u dat het te veel tegelijk wordt.

Voor extra herhaling kunnen gratis werkbladen heel prettig zijn. Daarmee kan uw kind gericht oefenen op herkennen, invullen en gebruiken in zinnen. Vooral als uw kind baat heeft bij structuur en herhaling, zijn oefenbladen een rustige manier om thuis verder te oefenen.

Gratis werkbladen taal en spelling

Download nu onze Gratis werkbladen taal & spelling

Meer dan 100.000 ouders oefenen al met ons materiaal en zagen hun kind groeien in zekerheid, tempo en resultaat. Vul hieronder je gegevens in en ontvang de oefenbladen direct als PDF in je mailbox.

Je gegevens zijn veilig en je kunt je op elk moment afmelden.

Oefenbladen en oefenboeken voor aanwijzende voornaamwoorden

Soms merkt u als ouder dat een korte uitleg niet genoeg is. Uw kind begrijpt het misschien wel tijdens het samen oefenen, maar maakt het later opnieuw fout. In dat geval helpt het vaak om meer herhaling aan te bieden in verschillende soorten opdrachten.

Gratis werkbladen zijn daarvoor een laagdrempelige eerste stap. Ze maken snel zichtbaar wat uw kind al beheerst en waar nog verwarring zit. Denk aan opdrachten met invullen, herkennen in zinnen en kiezen tussen dit, dat, deze en die.

Heeft uw kind behoefte aan meer structuur en regelmatige oefening, dan kunnen oefenboeken een logische volgende stap zijn. Op oefenboeken.nl sluiten de oefenboeken aan bij onderwerpen die kinderen op de basisschool tegenkomen, zoals taal, woordsoorten en ontleden. Daardoor oefent uw kind niet alleen losse regels, maar bouwt het ook meer vertrouwen op in taalopgaven als geheel.

Voor kinderen die grammatica lastig vinden, is het fijn als oefenen rustig en stap voor stap wordt opgebouwd. Juist dan kunnen werkbladen en oefenboeken samen goed werken.

Aanwijzende voornaamwoorden en toetsen op school

Aanwijzende voornaamwoorden zijn geen onderwerp dat altijd als losse toets op zichzelf terugkomt, maar het speelt wel mee binnen taalonderdelen op school. Kinderen kunnen deze woorden tegenkomen bij woordsoorten, ontleden en opdrachten waarbij ze zinnen moeten begrijpen of aanvullen.

In de hogere groepen kan dit ook indirect aansluiten bij voorbereiding op toetsen en leerlingvolgsystemen, zoals Leerling in Beeld, Cito en IEP. Dan gaat het niet alleen om het kennen van een regel, maar vooral om het herkennen en toepassen in context. Als uw kind daar nog onzeker in is, kunnen extra werkbladen en oefenboeken helpen om met meer vertrouwen te oefenen.

Dat hoeft niet zwaar of spannend te worden. Juist door thuis rustig te herhalen, merkt een kind vaak dat taalopgaven beter te overzien zijn.

Aanwijzende voornaamwoorden worden voor veel kinderen pas echt duidelijk door herhaling, herkenbare voorbeelden en rustige uitleg. Daarom is het fijn om thuis op een eenvoudige manier mee te oefenen, zonder dat het voelt als extra schoolwerk.

Merkt u dat uw kind nog onzeker is over woordsoorten, zinnen of grammatica, dan kunnen passende oefenboeken extra houvast geven. Op oefenboeken.nl vindt u oefenmateriaal dat kinderen stap voor stap helpt om taalonderwerpen beter te begrijpen en met meer vertrouwen toe te passen.

Veelgestelde vragen over aanwijzende voornaamwoorden

Wat zijn aanwijzende voornaamwoorden?
Aanwijzende voornaamwoorden zijn woorden die iets of iemand aanwijzen. In het Nederlands gaat het vooral om dit, dat, deze en die. Ze helpen om duidelijk te maken over welk ding, persoon of onderwerp het gaat.
Welke aanwijzende voornaamwoorden zijn er?
De bekendste aanwijzende voornaamwoorden zijn dit, dat, deze en die. Dit en dat gebruikt een kind meestal bij het woorden. Deze en die horen meestal bij de woorden.
Wanneer gebruik je dit of deze?
Dit gebruik je meestal bij een het woord dat dichtbij is, zoals dit boek. Deze gebruik je meestal bij een de woord dat dichtbij is, zoals deze stoel. Het helpt om altijd eerst te kijken of een woord een de woord of een het woord is.
Hoe herken je een aanwijzend voornaamwoord in een zin?
Kijk of het woord iets aanwijst in de zin. Vraag daarna waar het woord bij hoort of wat ermee bedoeld wordt. Door zinnen hardop te lezen en samen te vergelijken, leert een kind dit meestal sneller herkennen.
Wat is het verschil tussen zelfstandig en niet zelfstandig gebruik?
Bij niet zelfstandig gebruik staat het aanwijzende voornaamwoord voor een zelfstandig naamwoord, zoals in deze jas. Bij zelfstandig gebruik staat het woord op zichzelf, zoals in deze is van mij. Voor kinderen wordt dit vaak duidelijker door veel korte voorbeeldzinnen te bekijken.
Hoe kan ik mijn kind thuis helpen met aanwijzende voornaamwoorden?
Houd het oefenen kort en praktisch. Wijs samen voorwerpen aan in huis, maak eenvoudige zinnen en oefen met invulopdrachten. Gratis werkbladen en oefenboeken kunnen extra steun geven als uw kind meer herhaling nodig heeft.
Gratis werkbladen taal en spelling

Download nu onze Gratis werkbladen taal & spelling

Meer dan 100.000 ouders oefenen al met ons materiaal en zagen hun kind groeien in zekerheid, tempo en resultaat. Vul hieronder je gegevens in en ontvang de oefenbladen direct als PDF in je mailbox.

Gerelateerde berichten

Breuk, procent en kommagetal oefenen en begrijpen

Breuk, procent en kommagetal oefenen en begrijpen

Wat is een zelfstandig naamwoord? Uitleg, voorbeelden en oefenen

Wat is een zelfstandig naamwoord? Uitleg, voorbeelden en oefenen

Woordenschat verbeteren bij je kind: Zo help je thuis op een effectieve manier

Woordenschat verbeteren bij je kind: Zo help je thuis op een effectieve manier

Plaats een reactie